Login

De Gebroken Kolom

Verzamelpunt voor bouwstukken

Fritjof Capra: Het Keerpunt

Fritjof Capra: Het Keerpunt
 
Uitg. Contact, ISBN 90 254 6522 6, vertaling van The Turning Point, verschenen in 1982
 
Samenvatting en eigen notities uit het boek, door Piet Romeijn, januari 2006
 
De essentie van dit boek is kernachtig verwoord in mijn bouwstuk Keerpunt of doemdenken, te vinden op deze website, jaartal 2006.
 
Inleiding
 
Als je kennis neemt van wat er in de wereld gebeurt, dan is op het eerste gezicht doemdenken best begrijpelijk. Tot voor kort had ik er geen antwoord op, ook niet voor mijzelf. Het boek van Capra was voor mij ook een keerpunt, in die zin dat ik inzag dat je de crisis waarin onze wereld verkeert ook kunt zien als de symptomen van een keerpunt in onze cultuur. Ik zal proberen de essentie van het boek over te brengen (450 blz).
 
Cultuur is hier een zeer ruim begrip. Het is kort gezegd alles waarin de mens zich van het dier onderscheidt: De vermogens die de mens heeft maar het dier niet, hebben de mensenwereld geschapen, en alle uitingen en verschijnselen van die mensenwereld noemen we cultuur. Het is niet een toestand, maar een proces. Bovendien is het geen autonoom proces, geen automatisme, maar mensenwerk. De mens maakt de cultuur, niet omgekeerd.
 
Het is eigenlijk niet verbazingwekkend dat veel mensen al die ontwikkelingen, op zo veel verschillende gebieden, die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, allemaal de verkeerde kant op zien gaan, en dus bang worden voor een soort catastrofe, een ondergang van de beschaving. Maar dat hoeft niet, zegt Capra, als je de samenhang maar ziet. Dan ga je iets begrijpen, dan zie je al die problemen als facetten van eenzelfde crisis, waaraan eenzelfde krachtenveld ten grondslag ligt.
 
We moeten daarvoor niet alleen naar de twintigste eeuw kijken, maar naar de hele menselijke culturele ontwikkeling gedurende een paar duizend jaar. We zien dan dat er nooit statische culturen zijn geweest, maar altijd verandering, eeuwigdurende dynamiek. De eerste stap is dus het besef dat iedere cultuur altijd gevolgd wordt door een andere, ook als de mensheid wel eens dacht dat de wereld zou vergaan.
 
Een cultuur is natuurlijk niet een ondeelbaar ding, maar een ingewikkeld geheel, dat gedragen wordt door ideeën en waarden van mensen, natuurlijke omstandigheden, en nog veel meer componenten. Die veranderen natuurlijk nooit allemaal tegelijk en hebben ook niet allemaal evenveel gewicht. Bij een redelijke spreiding gaat cultuurovergang dus geleidelijk. Maar, zo meent Capra, er zijn tekenen dat er in onze tijd ten minste drie belangrijke cultuurcomponenten aan het veranderen zijn. (zie het bouwstuk)
 
Culturen worden gedragen door ideeën en waarden van mensen plus natuurlijke omstandigheden zoals klimaat e.d. Die 'paradigma's' zijn aan het verschuiven, en ook dat is niets nieuws onder de zon. Onze zintuiggerichte cultuur zal wellicht afgelost worden door een ideegerichte cultuur, en als we geluk hebben door een idealistische cultuur.
 
Overgangen van zo grote diepgang kunnen niet worden tegengehouden, al zullen daartoe natuurlijk wel pogingen worden gedaan. Het enige resultaat daarvan, aldus Capra, zal zijn dat de overgang met meer strubbelingen en narigheid gepaard zal gaan dan wanneer we proberen in te zien dat ingrijpende veranderingen van een aantal fundamentele basisideeën het enige alternatief zijn voor grote conflicten en rampen.
 
Hoe doe je dat? Nou, zegt Capra, laten we eerst eens de voornaamste vooronderstellingen en waarden van onze cultuur opnieuw goed bekijken, achterhaalde denkmodellen afdanken, en nieuwe aandacht schenken aan waarden die ooit in vroegere tijden dienst hebben gedaan, maar buiten gebruik zijn geraakt. Zo'n bewustwordingsproces zal de geestelijke grondslagen van onze westerse cultuur wijzigen, en dat zal vergezeld gaan van grondige wijzigingen van vele speciale verhoudingen en structuren. Het zal geen pijnloos proces zijn. En wat we vooral niet moeten doen is bepaalde instellingen of personen als zondebok aanwijzen. We moeten eerlijk zichtbaar maken dat ook hun houding en gedrag gevolg is van onze cultuur.
 
Over waarden en ideeën, yin en yang:
 
Capra begint dan aan zijn onderzoek naar de waarden en ideeën achter onze huidige cultuur. Voor zijn uiteenzettingen daarover gebruikt hij een model van het culturele krachtenspel, dat op vier pijlers rust:
• het oeroude begrip van een fundamenteel universeel ritme, dat fluctuerende culturele patronen voortbrengt;
• de ideeën van Toynbee over opkomst en ondergang van beschavingen;
• de analyse van Sorokin van fluctuerende waardesystemen;
• het wereldbeeld van harmonische culturele overgangen zoals de I Ching dat stelt.
 
In dat model zou Marx ook kunnen passen, omdat diens visie ook uitgaat van de Hegeliaanse notie van ritmisch terugkerende veranderingen. Maar Marx legt te veel nadruk op strijd en conflict als stuwende kracht, en Capra vindt dat de overgang al moeilijk genoeg zal zijn, en kiest daarom voor de filosofie van de I Ching, dus harmonie.
 
In zijn toelichtingen op het door hem gekozen model geeft hij heel interessante uiteenzettingen over de Chinese cultuur en filosofieën, helaas te veel om hier weer te geven. Centraal staat het begrip TAO. Dat begrip kun je niet in één Nederlands woord compleet uitdrukken. Het houdt in dat alle verschijnselen in de kosmos, van macro tot micro, deel zijn van een voortdurende proces van stroming en verandering. Alles in de levende natuur, fysisch, psychisch, sociaal, biologisch, of wat dan ook, vertoont cyclische patronen van verandering, steeds binnen de grenzen van twee polen, die door de Chinezen yin en yang genoemd worden.
Voor ons Westerlingen is dat nogal een gedachtesprong, want wij zijn nogal gauw geneigd om te stellen het is het een OF het ander, dus óf yin óf yang. Maar zo zien de Chinezen het niet. Het is en-en. Niets is alleen maar yin of alleen maar yang. Een punt om goed vast te houden is dat yin en yang nooit in verbinding zijn gebracht met morele waarden. Geen van beide is goed of slecht. 'Goed' is dynamisch evenwicht tassen yin en yang. 'Slecht' is het ontbreken van dat evenwicht.
 
Al in de verre oudheid was yin verbonden met het vrouwelijke en yang met het mannelijke, maar dat moet al voor het begin van de patriarchale culturen geweest zijn. Wij Westerlingen zijn gauw geneigd om 'dus' yin te verbinden met passief en yang met actief, maar dan zijn we bezig onze patriarchale opvattingen te projecteren, en zitten we naast de oorspronkelijke opvattingen. Trouwens, in de Chinese filosofie hebben passief en actief een heel andere inhoud dan bij ons. Het begrip absolute stilstand of volledige inactiviteit ontbrak bijna volledig, want activiteit - maar dan bedoeld als een voortdurende stroom van verandering - was immers een kenmerk van het universum. Verandering komt dus niet door de een of andere kracht, maar is een natuurlijke tendens, die als het ware in de dingen gebakken zit.
 
De Taoïstische filosofie kent het begrip 'wu wei'. Dat wordt vaak vertaald als 'niet handelen', maar de correcte interpretatie is 'onthoud je van activiteit die niet in harmonie is met het aan de gang zijnde kosmisch proces' of, populair gezegd, 'handel niet tegen de draad in'.
 
De Chinezen maakten onderscheid tussen yin-handelen, dat zich bewust is van zijn omgeving en yang-handelen, dat zich bewust is van het zelf en — natuurlijk weer — geen van beide sluit de andere uit. In twintigste eeuwse termen zou je kunnen spreken van eco-handelen en ego-handelen. Capra zet die analogie voort door de intuïtieve eigenschappen van de menselijke geest yin te noemen, en de rationele kant yang. Hij ziet die twee als elkaar aanvullende manieren van functioneren van de menselijke geest, een visie die mij zeer aanspreekt.
Rationeel denken is lineair, het een ná het ander, op een zaak toegespitst, analyserend. Rationele kennis heeft daarom de neiging versplinterd te zijn. Intuïtieve kennis daarentegen is gebaseerd op directe, niet-intellectuele ervaring, die voortspruit uit een verruimde bewustzijnstoestand. Hij is niet-lineair, synthetiserend, holistisch van aard. Als regel zal rationele kennis leiden tot egocentrische of yang-aktiviteiten, intuïtieve kennis tot ecologische of yin-aktiviteiten.
 
Het krachtenspel achter onze cultuur:
 
Nu kunnen we eens kijken naar het krachtenspel achter onze cultuur: als je dat yin-yang-lijstje bekijkt, zie je meteen dat onze huidige samenleving stelselmatig de voorkeur geeft aan yang boven yin, aan rationele kennis boven intuïtieve wijsheid, aan wetenschap boven religie, aan wedijver boven samenwerking, aan misbruik van de natuur boven natuurbehoud, enz. Die voorkeur wordt ook nog in stand gehouden door het patriarchale systeem, en bevorderd door ons zintuiggerichte waardesysteem van de laatste drie eeuwen à la Sorokin. Daar heb je nou in abstracto en in een notendop de onevenwichtigheid die tot onze crisis geleid heeft: het gebrek aan evenwicht in onze gedachten en gevoelens, in onze waarden en denkrichtingen, en in onze sociale en politieke structuren.
Eigenlijk heb ik hiermee de boodschap van Capra overgebracht, maar ik vrees dat het velen wel eens net zo zou kunnen vergaan als mij toen ik zo ver was in zijn boek. Mijn reactie was toen zoiets als "aardige gedachte, zit wel wat in, maar is dat nou wel waar, en wat doe ik ermee?"
 
Pas toen ik verder las, kwam voor mij het fascinerende van het boek te voorschijn en raakte ik verder overtuigd. Capra bleek toen niet de zoveelste kretoloog te zijn (naar mijn mening), want hij gebruikt het grootste deel van zijn boek om beschrijvingen te geven van disciplines als biologie, medische wetenschap, psychologie, psychotherapie, sociologie, economie en politieke wetenschappen, met de natuurkunde (zijn eigen) vak als wegbereider voorop. De keuze van die disciplines is niet toevallig, want hij brengt ze allemaal in verband met de gezondheid van mens en samenleving in de ruimste zin.
 
Het zijn stuk voor stuk boeiende verhalen, waarin hij telkens het ontstaan en de opbloei van die wetenschapsrichting beschrijft, zodanig dat je als geïnteresseerde leek in staat bent om naast de verworvenheden ook die onevenwichtigheden te herkennen die ik zojuist in het kort beschreef, omdat je zijn betoog op weel punten aan eigen kennis en ervaring kunt toetsen. Door die concreetheid werd dat betoog voor mij enorm versterkt.
Capra veroordeelt daarbij niets of niemand. Hij signaleert alleen de ontwikkelingen op velerlei gebied, en herleidt die tot gemeenschappelijke achtergronden en oorzaken. De teneur is telkens opnieuw 'we hebben veel goeds bereikt, maar met te veel nadruk op yang en te weinig op yin. Het wordt tijd dat we dat gaan beseffen en er conclusies uit trekken'.
 
Onze cultuur gaat er prat op wetenschappelijk te zijn. Ons tijdperk wordt het wetenschappelijke tijdperk genoemd. Rationele kennis overheerst en wordt vaak als de enige soort aanvaardbare kennis beschouwd. 'Niet-wetenschappelijk' wordt vaak gebruikt als argument dat iets niet waar kan zijn, soms zelfs niet kan bestaan. Het wordt niet erkend dat intuïtieve kennis of intuïtief bewustzijn zouden kunnen bestaan die even geldig en betrouwbaar zouden kunnen zijn.
 
Hoe ontstond dat primaat van de wetenschappelijkheid?
 
De uitspraak van Descartes "cogito, ergo sum" heeft ons, Westerse individuen, aangemoedigd onze identiteit gelijk te stellen met onze rationele geest, in plaats van met ons gehele organisme. De gevolgen van die splitsing tussen geest en lichaam heeft onze gehele cultuur doordrenkt. Tijdens dat proces hebben we ons ook van onze natuurlijke omgeving gedistantieerd. We hebben vergeten hoe we met de levende natuur in verbinding moeten treden en ermee moeten samenwerken, omdat we er een deel van zijn.
 
Op een razend knappe manier ontwikkelde Descartes een visie op de natuur die fundamenteel onderscheid maakte tussen twee onafhankelijke en volkomen gescheiden rijken, dat van de geest, de 'res cogitans', het 'denkende ding', en het rijk van de materie, de 'res extensa', het 'uitgebreide ding', het 'ding dat plaats inneemt'. Enige citaten: "Niets in het begrip lichaam behoort tot de geest, en niets in het begrip geest behoort tot het lichaam", en: "De natuur is een volmaakte machine, bestuurd door exacte wiskundige wetten".
 
Zijn gemeenschappelijke referentiepunt was God, als de schepper van beide, maar die vermelding hebben de latere wetenschappers laten vervallen. De menswetenschappen concentreerden zich op de res cogitans, en de natuurwetenschappen op de res extensa. Ze bleven daardoor eeuwenlang gescheiden.
 
De splitsing in geest en materie maakte dat men het universum ging beschouwen als een mechanisch systeem, bestaande uit onderling gescheiden voorwerpen, die op hun beurt weer werden gezien als opgebouwd uit fundamentele, puur materiële bouwstenen. De eigenschappen en onderlinge wisselwerkingen van die bouwstenen zouden dan alle natuurverschijnselen precies en volledig bepalen. We noemden dat de natuurwetten, en na het geniale werk van Newton voelden we ons daar helemaal zeker van.
 
Men ging de Cartesiaanse/Newtoniaanse visie als vanzelfsprekend ook in andere takken van wetenschap en op levende organismen toepassen, en heel lang bleek die visie te kloppen met wat men vond. Levende organismen werden ook opgevat als uit afzonderlijke delen opgebouwde machines. De ouderen onder U herinneren zich misschien (net als ik) de wandplaten op school van het menselijk lichaam, waarin een aantal fabriekjes waren getekend.
 
In de 19e eeuw werd het duidelijk dat de kosmos toch wel veel ingewikkelder was dan Descartes en Newton zich hadden voorgesteld, door bijvoorbeeld de elektrodynamica van Maxwell, en de evolutietheorie van Darwin. Maar in wezen bleef onze visie op de natuur mechanistisch en reductionistisch. Reductionisme is de opvatting dat je elk systeem kunt leren begrijpen door de delen afzonderlijk te bestuderen en de uitkomsten bij elkaar op te tellen. Dat reductionisme is een heel nuttige bezigheid gebleken, en het heeft onze kennis enorm vergroot, maar we gingen daardoor wel voorbij aan het oude gezegde dat het geheel meer is dan de som van de delen.
 
Die mechanistische en reductionistische visie leidde tot de welbekende versplintering van zowel wetenschapsrichtingen als ministeries, regeringsbureaus en onderwijsinstellingen. Ook tot medische specialisaties, met afzonderlijke artsen voor lichaam en geest, en zelfs specialisten voor afzonderlijke organen. En ook als denkgrondslag om onze natuurlijke omgeving te behandelen alsof die uit onderling gescheiden delen bestaat, die je rustig afzonderlijk kunt gebruiken, manipuleren of opruimen.
 
Uitbuiting van de natuur is hand in hand gegaan met die van de vrouwen. Vrouwen zijn door de eeuwen heen met de natuur geïdentificeerd. Vóór het patriarchale tijdperk werden vele aspecten van de natuur beschouwd als evenzovele manifestaties van een goddelijk vrouwelijk wezen, enerzijds als een goedgunstige en voedende moeder, anderzijds als een woeste en ontembare vrouw. (We kennen alleen materie, niet paterie) In het patriarchale tijdperk werden beide beelden omgevormd: het zegenrijke veranderde in passiviteit, het wilde en gevaarlijke in de natuur leidde tot de opvatting dat ze door de mens, en 'dus' door de man, moest worden overheerst. Godinnen als Artemis, Isjtar en Astarte werden afgelost door goden als Zeus en Baal, of ze verhuisden naar een passieve tweede plan. Ook in de joods-christelijke traditie overheerst het beeld van de mannelijke god, personificatie van de opperste rede en bron van de uiteindelijke macht, die de wereld van bovenaf bestuurt door 'haar' (niet hem!) zijn goddelijke wet op te leggen. De natuurwetten van de wetenschappers waren gewoon weerspiegelingen van die goddelijke wet.
 
In onze tijd begint duidelijk te worden dat de nadruk op de wetenschappelijke methode en op rationeel en analytisch denken gemaakt heeft dat mensen ongemerkt in een anti-ecologische instelling zijn gaan leven. Zelfs het begrijpen van ecosystemen wordt belemmerd door de aard van het rationele denken zelf. Dat is namelijk lineair, terwijl ecologisch bewustzijn ontstaat vanuit een intuïtief bevatten van niet-lineaire systemen. Beide manieren van denken zijn nuttig en nodig, maar wij hinken op het rationele been.
 
Een van de dingen die wij in onze cultuur moeilijk kunnen begrijpen is dat, als je iets hebt of doet dat goed is, dat niet betekent dat meer van hetzelfde altijd beter is. Ecosystemen houden zich in stand door een dynamisch evenwicht van fluctuerende veranderingen, en dat zijn niet-lineaire processen. Lineaire processen zoals bijvoorbeeld onbegrensde economische en technologische groei moeten dus het natuurlijke evenwicht verstoren en vroeg of laat schade veroorzaken.
Capra brengt dit in verband met de steeds toenemende kloof tussen de biologische en de culturele evolutie van de mens. De biologische evolutie van het mensdom is plm 50.000 jaar geleden opgehouden. Sindsdien is de mens qua structuur en grootte in wezen hetzelfde gebleven, en is de evolutie niet meer genetisch, maar wel sociaal en cultureel verder gegaan. Vooral in de laatste eeuwen van die culturele evolutie hebben we onze omgeving dusdanig veranderd dat we meer dan ooit het contact met onze biologische en ecologische grondslag hebben verloren. Dat contact bestaat alleen nog bij enkele primitieve volken die nog in volkomen harmonie met de natuur leven.
 
Die kloof (tussen biologische en culturele evolutie) wordt zichtbaar in de opvallend ongelijke ontwikkeling van enerzijds intellectuele vermogens, wetenschappelijke kennis en technologische vaardigheden, en anderzijds wan wijsheid, spiritualiteit en moraliteit.
 
Sinds de Grieken 25 eeuwen geleden met wetenschap begonnen, zijn we qua wetenschap en technologie gegroeid tot een niveau dat voor die oude Grieken volkomen onherkenbaar zou zijn. Maar de spiritualiteit en de moraliteit van Lao Tze en Boeddha (ongeveer even lang geleden) zijn in wezen niet minder dan de onze nu. Onze vooruitgang heeft zich dus alleen maar op rationeel en intellectueel niveau afgespeeld.
 
Vandaar op de keper beschouwd hele vreemde paradoxen: we kunnen een zachte landing op Mars maken, maar we weten niets verstandigs te doen met de uitlaatgassen van onze auto's. We ontwerpen ideale, utopische samenlevingen voor toekomstige ruimtekolonies, maar we zijn niet in staat de problemen van onze grote steden op te lossen. De zakenwereld laat ons geloven dat de industrieën van bijvoorbeeld cosmetica, kattenvoedsel in blik of wegwerpserviesgoed een teken van hoge levensstandaard zijn, maar de economen rekenen ons voor dat we ons geen goede gezondheidszorg, schoolsysteem of openbaar vervoer kunnen veroorloven. (Capra is Amerikaan) De medische wetenschap en de farmaceutische industrie zijn naast een zegen ook een bedreiging van de openbare gezondheid aan het worden, en het ministerie van defensie is langzamerhand de grootste bedreiging van onze nationale veiligheid.
 
Denk maar aan miskleunen als Softenon, of aan de recente giflozing van Ciba in Basel. De negatieve bijwerkingen van moderne chemotherapeutica zijn zodanig toegenomen, dat de studie daarvan al een apart specialisme is geworden. ln wezen is dat een gevolg van het feit dat de gezondheidsindustrie een nering is die met de mond bedreven wordt als gezondheidszorg, maar in wezen door dezelfde wens of noodzaak als alle andere industrieën.
 
Wat die bedreiging door defensie betreft: naast de ongelukken met kerncentrales die volop publiciteit hebben gehad, is veel minder bekend dat er tot en met 1968 meer dan dertig belangrijke ongelukken zijn gebeurd (USA), waarbij kernwapens bijna geëxplodeerd zijn. Een van de ernstigste was in 1961, toen boven North Carolina per ongeluk een waterstofbom werd afgeworpen, waarvan vijf van de zes beveiligingssystemen niet bleken te werken. Die bom had een kracht die duizend maal groter was dan alle explosies uit alle oorlogen in de geschiedenis inclusief de tweede wereldoorlog.
 
Al die paradoxen zijn het gevolg van onze overwaardering van de yang-kant (rationele kennis, analyse, expansie) en verwaarlozing van onze yin-kant (intuïtieve wijsheid, integratie, synthese). Het is opmerkelijk hoe handig die yin/yang-terminologie is om dingen zoals deze duidelijk te maken.
De analyse van al die onevenwichtigheden in onze cultuur valt gemakkelijker als je, net als Capra, bereid bent uit te gaan van een brede ecologische visie, in de zin van de algemene systeemtheorie. Die kijkt naar de wereld in termen van onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid van alle verschijnselen. In dat kader wordt 'systeem' genoemd: ieder geïntegreerd geheel waarvan je de eigenschappen niet terug kunt brengen tot die van de delen ervan. Levende organismen, samenlevingen van mensen en/of dieren en ecosystemen kunnen allemaal als systemen beschouwd worden. Op fascinerende wijze blijkt nu dat oeroude Chinese idee van yin en yang verwantschap te hebben met een wezenlijke eigenschap van natuurlijke systemen, een eigenschap die de westerse wetenschap pas sinds kort bestudeert.
 
Levende systemen organiseren zichzelf namelijk tot structuren, met verschillende niveaus, waarbij elk niveau deelsystemen omvat, die op zichzelf een geïntegreerd geheel zijn, maar ook een deel zijn van een groter geheel. Moleculen vormen samen organellen, die voegen zich samen tot cellen, die vormen weefsels en organen, die zelf weer grotere systemen vormen zoals de spijsvertering of het zenuwstelsel, en die voegen zich weer aaneen tot vrouw of man. Maar daarmee houdt de gelaagdheid niet op: mensen vormen families, stammen, samenlevingen, staten, en als je wilt kun je zo doorgaan tot de kosmos. Al die entiteiten zijn systemen, d.w.z. zelf een geheel, maar tegelijk een deel van een groter geheel, op een hoger niveau van ingewikkeldheid. En dat grotere geheel heeft dan steeds eigenschappen die je niet uit de deelsystemen kunt afleiden.
 
Het begrip holarchie:
 
Arthur Koestler heeft die deelsystemen 'holon' genoemd, en deze manier van beschouwen wordt daarom holistisch genoemd. (Taalkundig wordt dit wel eens verward met het Engelse woord whole, en wordt 'holistisch' gebruikt als 'alleen maar haar het geheel kijken) Elk holon heeft twee tegengesteld gerichte neigingen: een integrerende neiging om als deel van een groter geheel te kunnen functioneren (dus yin), en een zelfbevestigende neiging om zijn individuele zelfstandigheid te bewaren (dus yang). Die twee neigingen zijn tegengesteld maar complementair. Ze kunnen niet zonder elkaar.
 
Uitsluitend zelfbevestigend gedrag zou het deelsysteem versterken, maar het zou niet langer zijn bijdrage leveren aan het grotere holon. Dat zou daardoor afsterven of schade lijden, en daarmee ook het deelsysteem schaden. Door uitsluitend integrerend gedrag zou het lagere holon wel zijn bijdrage aan het hogere systeem blijven leveren, maar het zou zelf afsterven en daarmee het voortbestaan van het hogere systeem verhinderen of bedreigen.
 
In een gezond systeem, onverschillig hoe klein of hoe groot, heerst dus evenwicht tussen integratie en zelfbevestiging, maar altijd dynamisch. Daardoor is het flexibel, kan het stress weerstaan, en staat het open voor verandering en aanpassing. Je krijgt diep respect voor die oude Chinese denkers, die dit intuïtief al inzagen, zonder de ruggesteun van de moderne wetenschap.
 
Zelfbevestiging wordt bereikt door yang-gedrag, door veeleisend, agressief, wedijverend en op groei gericht te zijn en (wat menselijk gedrag betreft) door ons vermogen tot lineair, analytisch denken te gebruiken. Integratie wordt bevorderd door yin-gedrag, door reagerend, medewerkend, intuïtief en milieubewust te zijn. Yin en yang zijn beide nodig voor het in stand houden van levende systemen, maar ook voor het in stand houden van harmonische sociale verhoudingen.
 
Overmatige zelfbevestiging uit zich in machtsuitoefening, in overheersing van anderen door geweld (dat niet altijd fysiek behoeft te zijn), en dat zijn inderdaad patronen die we in onze samenleving herkennen: in de politiek, in de economie en in maatschappelijke structuren. Onze wetenschap en technologie zijn gebaseerd op de 17e eeuwse overtuiging dat het begrijpen van de natuur inhoudt dat zij door de mens (en dus door de man) mag worden overheerst. Francis Bacon o.a. was daar verkondiger van. Onze technologie is gericht op beheersing, massaproductie en standaardisatie, en staat meestal onder een gecentraliseerde leiding, die de illusie van ongeremde groei najaagt. De zelfbevestigende neiging van de leiding blijft in kracht toenemen, en daarmee de eis van onderwerping. Zelfbevestiging wordt gebracht als een ideaal voor mannen, maar daarbij wordt onderwerping niet alleen verwacht van vrouwen, maar ook van mannelijke werknemers. Zelfs leidinggevende functionarissen moeten zich voegen naar de identiteit en de gedragspatronen van hun onderneming. Een directeur die een winstgevend project afwijst, bijvoorbeeld omdat het weliswaar niet verboden, maar wel milieubedreigend is, blijft niet lang directeur. Let wel, dit is geen oordeel, maar een constatering.
 
Het aanprijzen van wedijverend gedrag boven samenwerking is een hoofdkenmerk van de neiging tot zelfbevestiging in onze samenleving. Dat is het gevolg van de onjuiste visie van de sociaaldarwinisten in de 19e eeuw. Die verkondigden dat ook het leven in de menselijke samenleving een strijd om het bestaan moest zijn, net als in de natuur. Wedijver werd dus, net als in de biologie, ook gezien als stuwende kracht in de economie. We kennen nu zelfs wedijver in de consumptie ("mijn auto is groter dan de jouwe").
 
Maar natuurlijk zou alléén maar wedijverend en agressief gedrag het leven onmogelijk maken. Zelfs de ergste workaholics hebben sympathie en menselijk contact nodig, en tijden dat ze zorgeloos en ontspannen kunnen zijn. In onze cultuur verwachten we van de vrouwen dat ze die behoefte vervullen. Zij zijn de secretaressen, receptionisten, gastvrouwen, verpleegsters en huismoeders. Zij zijn de troosters van moegewerkte echtgenoten, vrolijken hun bazen op, zetten koffie, helpen ruzies oplossen, zorgen voor prettige ontvangst van bezoekers en voor het menselijke contact met de patiënten (en daarmee voor betere genezingskansen). Voor al zulke dienstverlening zijn yin- of integrerende activiteiten nodig, maar omdat die in onze cultuur lager worden beoordeeld dan yang-activiteiten, worden de leveranciers ervan ook lager betaald. Moeders en huisvrouwen worden zelf helemaal niet betaald.
 
Capra geeft honderden voorbeelden uit het dagelijks leven van de overwaardering van de yang-kant, en onderbouwt daarmee wat ik zojuist in kort bestek gezegd heb. Maar, zoals de Chinese tekst zegt, 'als yang zijn hoogtepunt bereikt heeft, treedt hij terug voor yin'. Er is een begin zichtbaar van een keerpunt in de fluctuaties. In de 60er en 70er jaren hebben we een hele reeks van filosofische, spirituele en politieke bewegingen zien opkomen die in dezelfde richting wijzen.
Denk aan de vele bewegingen rond allerlei sociale problematieken, rond de milieuproblematiek, tegen kernwapens en kernenergie, van economische en technische groei naar innerlijke groei en ontwikkeling, de vele religieuze en spirituele bewegingen, de hang naar zogenaamde holistische gezondheid, en last but not least aan de opkomst van het feministische bewustzijn. Je mag dat alles tezamen gerust al een tegencultuur noemen.
 
Tot nu toe werken de meeste groeperingen nog op zichzelf, en beseffen ze nog nauwelijks hoeveel hun doelstellingen met elkaar te maken hebben. Maar er zijn al tekenen van coalities en samenwerkingen, en als dat doorzet dan zal er een sterke macht in het veld van sociale hervormingen ontstaan.
 
Sinds de 17e eeuw is de natuurkunde het stralende voorbeeld geweest van een exacte wetenschap, en heeft ze als model voor alle andere wetenschappen gediend. Wilden biologen, medici, economen e.d. 'wetenschappelijk' zijn, dan moesten ze zich naar de natuurkunde richten, anders stonden ze niet in aanzien. Freud o.a. viel in die valkuil.
 
Toevallig zijn het juist de natuurkundigen die in de twintigste eeuw, door een aantal revoluties in hun begrippenwereld, duidelijk de beperkingen in het mechanistisch wereldbeeld aan het licht hebben gebracht. Zij kwamen moeizaam tot de ontdekking dat er in de natuur geen statische structuren bestaan. Er is wel stabiliteit, maar dat blijkt stabiliteit van een dynamisch evenwicht te zijn. Die revoluties in de subatomaire fysica voerden tot een organische, ecologische wereldbeschouwing, die in hoge mate overeenstemt met mystieke opvattingen uit alle tijden en tradities. U kunt zich voorstellen dat dat voor die exacte fysici een schokkende ervaring was. Capra beschrijft dat heel boeiend in zijn eerdere boek De Tao wan de fysica.
 
In het veranderingsproces dat ons te wachten staat, kunnen daarom volgens Capra de natuurkundigen een belangrijke rol spelen. Zij kunnen helpen door aan de noodzakelijke veranderingen een wetenschappelijke basis te geven, door duidelijk te maken dat ook holistische ecologische beschouwingswijzen gerechtvaardigd zijn.
 
In de laatste paar hoofdstukken filosofeert Capra over allerlei. Onder de titel 'Heel zijn en gezond zijn' betoogt hij o.a. dat de verschillen tussen enerzijds systemen van gezondheidszorg die de wereld gekend heeft en nog kent, en anderzijds moderne holistische opvattingen over gezondheidszorg in wezen kleiner zijn dan je denkt. Hij trekt bijvoorbeeld een parallel tussen sjamanistische geneesmethoden en de moderne visie op psychosomatische aandoeningen. Hij beveelt de systeembenadering aan als basis voor een nieuwe visie op gezondheid en gezondheidszorg, en dan niet alleen van individuen, maar ook van groepen en samenlevingen.
 
Onder de titel 'Reizen voorbij ruimte en tijd' behandelt hij o.a. Freud en Jung, met als zijn conclusie dat de psychologie van Jung meer consistent is met de moderne wetenschap dan die van Freud. Daarnaast citeert hij ook nog een aantal andere wetenschappelijke kanonnen en legt hij verbanden tussen hun leringen en zijn betoog.
 
In het hoofdstuk 'Overgang naar het zonnetijdperk' beveelt hij de systeembenadering aan voor het begrijpen en besturen van economische processen, want bijna al onze economische problemen zijn systeemproblemen, waarvoor alléén de Cartesiaanse wetenschap niet toereikend is. Hij wijst er op dat de meeste economen weigeren zich rekenschap te geven van het waardenstelsel waarop hun modellen en theorieën stilzwijgend zijn gebaseerd.
 
Ik besluit met een soort afsluitend resumé:
 
Kenmerk van de culturele evolutie van de mensheid is een patroon van opkomst, hoogtepunt, verval en ontbinding. Verval treedt in wanneer een cultuur te star is geworden om de uitdaging van veranderende situaties aan te kunnen. Ik geloof dat dit laatste met onze cultuur het geval is. Verlies aan flexibiliteit gaat vergezeld van een verlies aan harmonie, dat tot sociale onrust en uitbarstingen leidt. Tijdens dat proces leggen de nog heersende geestelijke en maatschappelijke instellingen ons nog steeds hun verouderde opvattingen op, en weigeren ze hun leidende rollen aan nieuwe cultuurkrachten over te dragen. Symptomen daarvan zijn politieke slingerbewegingen naar rechts, kruistochten van religieuze fundamentalisten, maar in het klein ook de activiteiten van het echtpaar Goeree, en ook de pogingen van onze minister van justitie om ons strafrecht te verharden.
 
Maar, er zijn al tekenen van nieuwe cultuurkrachten. Enkele zijn al goed georganiseerd en berusten op een breed draagvlak van de bevolking, zoals bijvoorbeeld Greenpeace op milieugebied, of Amnesty International. Andere stromingen zijn nog niet zo ver, denk bijvoorbeeld aan de Grüne Partei in Duitsland (in 1982!), nu nog een onsamenhangend mengsel van milieu-activisten, feministen en andere groeperingen, maar die toch al een plaats in het Duitse parlement wist te veroveren, waarschijnlijk evenveel door stemmen van aanhangers als van ontevreden burgers. Denk aan de Brede Maatschappelijke Discussie in Nederland over het gebruik van kernenergie. Denk aan de vredesbeweging die 100.000 mensen op de been kreeg voor een demonstratie op het Museumplein in Amsterdam. Al die stromen en stroompjes, voor zover levensvatbaar, zullen elkaar vroeg of laat vinden.
 
Het betoog van Capra is naar mijn mening uitstekend onderbouwd, en naar mijn mening tegelijk realistisch en idealistisch. Voor mijn zienswijze op de vraag 'overgang of ondergang' is het van wezenlijke betekenis geweest. Mijn verhaal laat duidelijk merken hoe ik die vraag voor mezelf heb beantwoord. Die keuze was bepaald niet rationeel, want ik zie niet precies hoe die nieuwe cultuur bereikt moet worden. Het was een min of meer blinde, intuïtieve keuze. Ik hoop dat mijn verhaal een bijdrage zal leveren aan Uw keuze.

 


Voor het onderhoud van deze website zijn wij afhankelijk van donaties. Klik hier voor meer informatie