Login

De Gebroken Kolom

Verzamelpunt voor bouwstukken

Hermeneutiek

Hermeneutiek (fc) 

 

P. Romeijn, januari 2003

 

Wat mij van Gadamer trof, was dat hij een eeuwenoude puur technische methode heeft uitgewerkt tot een universeel principe dat ik van grote waarde acht in de omgang tussen mensen. Om dat duidelijk te maken, moet ik eerst het een en ander vertellen over hermeneutiek. Hermenuein, 'uitleggen'. 'verklaren' o.i.d. werd al door Homerus omschreven als de vertaling in begrijpelijke taal van berichten van de goden aan de mensen. De boodschapper was Hermes. 

 

Tot in de 19e eeuw was hermeneutiek hoofdzakelijk de leer van het interpreteren van oude religieuze en juridische teksten (de bijbel, Romeins recht e.d.). Al veel eerder was men overtuigd geraakt dat oude mythen niet letterlijk waar konden zijn. Maar men zag wel de zin en de waarde ervan, dus men probeerde ze te voorzien van nieuwe, even waardevolle maar eigentijdse interpretaties.

 

Die manier van interpreteren van de bijbel gebeurt vandaag de dag nog steeds. Ik citeer uit een Internet-document van een theologische school:

"De moderne hermeneutiek kan een reële bedreiging vormen voor de wijze waarop wij omgaan met Gods woord. Het plaatsen van kritische kanttekeningen bij onze mogelijkheden tot verstaan kan ertoe leiden dat ons verstaan van Gods woord wordt verduisterd. (......) 

Vandaar dat we de moderne hermeneutiek opvatten als een uitdaging om tot een beter verstaan van Gods woord te komen."

 

Het zgn. correspondentiemodel van de natuurwetenschappen zei dat een uitspraak waar is als zij overeenstemt met de feiten. Een paar grote namen uit de 19e eeuw waren Schleiermacher (1768-1843) en Dilthey (1833-1911). Schleiermacher bracht de drie toen bestaande interpretatiemethoden voor het eerst bij elkaar. Hij ontwierp één hermeneutiek voor alle tekstgenres. Hij legde sterk de nadruk op de auteur. Je interpreteerde goed als je wist wat de auteur met zijn tekst had bedoeld. Vaak moest je daartoe het leven van de schrijver bestuderen en de samenleving waarin hij leefde. 

 

Wat Schleiermacher dus voor ogen stond was reconstructie van de oorspronkelijke betekenis, dat objectieve correspondentiemodel toepassen op de hermeneutiek. Hij zag het als een methodologisch probleem. Hij maakte grammaticale, psychologische en technische regels, kennelijk met de bedoeling dat die objectief verstaan zouden moeten opleveren.

 

Het verschil tussen verklaren en verstaan:

 

Dilthey, van huis uit historicus, ging enthousiast verder. Hij werkte Schleiermachers leer van tekstuitleg om tot een algemene methode voor alle wetenschappen, dus ook de geesteswetenschappen. Dat was een belangrijke ontwikkeling, want toen ging men het verschil beseffen tussen het verklaren in de natuurwetenschap en het verstaan in de menswetenschap. Menswetenschappers kunnen mensen alleen onderzoeken omdat ze weten hoe het is om mens te zijn die voelt, spreekt, creëert en handelt. Maar verklaren waarom een mens doet wat hij doet, dat is heel andere koek.

 

Natuurwetenschappen zijn gericht op het verklaren van natuurverschijnselen met behulp van algemene wetten, maar in de geesteswetenschappen en de zg. humaniora, gaat het om verstaan van verschijnselen als menselijke taaluitingen of andere menselijke handelingen, en die zijn per definitie altijd concreet en uniek. Voorbeelden: een natuurwetenschapper kan een steen of een atoom onderzoeken en verklaren, maar niet verstaan. Een menswetenschapper daarentegen kan niet verklaren waarom een grap leuk is of waarom liefdesverdriet erg is. Dat kan hij alleen maar verstaan. Soms wordt het woord 'verstaan' wel eens vervangen door 'begrijpen', met een iets groter risico van misverstand.

 

Hetzelfde in subject-object-termen: subject mens kan het object water onderzoeken op vriespunt. Ieder ander subject kan hetzelfde doen, met dezelfde uitkomst. Subject en object zijn dus scheidbaar. Maar subject mens kan ook als object een gedicht maken, een lied zingen, of een landschap schilderen. Dan zijn subject en object onscheidbaar. Ieder ander subject zou een ander object scheppen. Wat in de natuurwetenschap wel kan, kan niet in de menswetenschappen, en ook niet in de kunst of in de filosofie. De vraag naar het inrichten van je leven is van een andere soort dan de vraag naar het vriespunt van water.

 

Hermeneutiek nu universeel principe:

 

Aan Gadamer (1900-2002) komt de eer toe dat hermeneutiek nu als een echt universeel principe gezien wordt, dat altijd en overal werkzaam kan zijn als het om verstaan van mensenwerk gaat. Hij stelde dat interpreteren bij alle menselijke uitingen in het geding is. Dus niet alleen bij teksten, maar ook bij kunstuitingen en gesprekken tussen mensen. Vanuit zijn nieuwe visie kenmerkt Gadamer het hele menselijk bestaan als hermeneutisch. Dat leek mij aanvankelijk een hele stap, maar bij nader inzien toch niet zo gek. We zijn immers altijd bezig met het ontcijferen en interpreteren van de wereld. Proberen we niet van iedere handeling of gedachte de betekenis te verstaan?

 

De hermeneutische cirkel:

 

Ik vond op Internet een stuk uitleg van een 'college' in Sauk Valley, USA., dat naar mijn smaak uitmunt door zijn begrijpelijke beschrijving van Gadamer's denken, en ook van zijn 'hermeneutische cirkel'. Samengevat zegt men daar: 

 

Toen ons besef sterker werd dat onze natuurlijke manier van denken altijd interpreterend is, gingen we de hermeneutiek zien als een manier om allerlei andere levensuitingen ook te interpreteren. En als je dat goed wilt doen, dan moet je in de leer gaan bij Gadamer. Gadamer noemt zijn stijl van interpreteren 'dialectisch', d.w.z. via vraag en antwoord, stelling en tegenstelling. Hij vergelijkt zijn proces van verstaan met een gesprek voeren. Hij ontwikkelde zijn stijl door het denken van Plato en Aristoteles te vergelijken met moderne filosofen, en aldus op te sporen wat het verschil is tussen de manier waarop de oude Grieken dachten en de manier waarop wij vandaag denken. Hij legde ook verbindingen tussen de manier waarop wij denken en onze interactie met kunstwerken. Om zijn bevindingen op de juiste waarde te kunnen schatten, moeten we enkele van zijn sleutelbegrippen behandelen. Hij gebruikt o.a. het beeld van de hermeneutische cirkel.

 

Als we lezen of luisteren, merken we iets interessants. Om te weten wat een zin betekent, moeten we weten wat elk afzonderlijk woord betekent. Maar we kunnen pas zeker zijn wat de woorden betekenen als we weten wat de zin betekent. Zinnen hebben woorden nodig, maar woorden hebben zinnen nodig. Voorbeeld: het woord 'lijn': 

• Ajax had deze keer een zwakke verdedigingslijn

• De minister hield zich strikt aan de partijlijn

• Alle telefoonlijnen zijn bezet

• De tekenaar kreeg geen lijn op papier

• Ambtenaren zijn lijntrekkers 

 

Vijf verschillende betekenissen van het woord 'lijn', die pas ontstaan door het zinsverband. Dat dialectische heen-en-weer gaan gebeurt in wat Gadamer de hermeneutische cirkel noemt. De delen bepalen de betekenis van het geheel en het geheel bepaalt de betekenis van de delen. Kijken naar een voetbalwedstrijd of naar een schilderij, of het voeren van een gesprek verschilt niet wezenlijk in dit opzicht.

 

Gadamer zelf gebruikt o.a. de rechtspraak als voorbeeld: een rechter moet een algemene wet toepassen op een specifiek geval. Maar hij moet ook rekening houden met de bijzondere omstandigheden. Met zijn uitspraak geeft hij aan wat de wet in dit specifieke geval precies te betekenen heeft. Daardoor verandert ook de betekenis van de wet in het algemeen, via de jurisprudentie. Zo ontstaat een cirkel van algemene juridische principes, gevuld met concrete juridische oordelen. Gadamer vindt dat je eigenlijk nog beter van een spiraal zou kunnen spreken dan van een cirkel.

 

Ziedaar het nut van de hermeneutische cirkel. Maar, zegt Gadamer, we moeten ook nog op de juiste manier in die cirkel terecht komen. Ieder van ons brengt zijn eigen 'denkwereld' of denkkader mee, zijn bibliotheek van alles wat hij weet en heeft ervaren. Hoe we reageren, wat we voelen, wat we interessant vinden, hoe we waarnemen, wat we goedkeuren of afkeuren, enz. wordt altijd beïnvloed door dat denkkader. En dat is maar heel zelden bij alle mensen gelijk. (Dat wordt vaak over het hoofd gezien als we het over cultuurverschillen hebben)

 

Verschillende denkkaders veroorzaken verschillende woordbetekenissen:

 

Het moeilijkst om te leren is dat we woorden niet allemaal op dezelfde manier gebruiken. Woorden hebben nuances van betekenis en gevoelsinhoud, die afhankelijk zijn van ieders denkkader. Gadamer noemt dat niet 'denkkader', maar 'verstaanshorizon'. Telkens als we iets nieuws ervaren of leren, wordt onze horizon wijder en wordt verder leren gemakkelijker. Hoe wijder onze horizon, hoe groter de kans op goed verstaan. Gadamer noemt een geslaagd proces van verstaan horizonfusie of horizonversmelting. Voorbeeld: Jan vertelt over een interessant boek dat hij gelezen heeft. Piet begint over een ander boek dat er volgens hem mee te maken heeft. Als ze uitgepraat zijn, zijn hun beider horizonnen gefuseerd én uitgebreid.

 

Niet alleen gesproken taaluitingen, maar ook boeken, gedichten, muziek, films, schilderijen en andere kunstwerken kennen een verstaanshorizon. Je leest bijvoorbeeld een boek. Je begint eraan met je eigen verstaanshorizon, je voorraad betekenissen. De 'klaar liggende' interpretatie die daaruit ontspringt, noemt Gadamer 'vóóroordeel'. Zo'n vooroordeel heeft in dit geval een functie, want het moet op het spel worden gezet door het kritisch te laten bevragen door wat je leest. Vooroordelen worden dan ontkend of bevestigd en zo ontstaat geleidelijk een goed begrip van de tekst. Voorwaarde voor het verstaan is wel dat de lezer niet probeert vast te houden aan zijn eigen vooroordeel, want dan krijg je misinterpretaties. Je moet dus goed weten of het echt je bedoeling is om te interpreteren. Na boeken is muziek misschien wel de kunstvorm die het makkelijkst tot horizonfusie leidt. Filmmakers maken daar dankbaar gebruik van, door met muziek stemmingen aan de beelden toe te voegen.

 

Dat dialectische vraag- en antwoordspel gebeurt in een goed gesprek letterlijk. Bij lezen en muziek beluisteren ook, maar dan zinnebeeldig. In alle geslaagde gevallen vindt fusie en uitbreiding van verstaanshorizonnen plaats. Voorwaarde is steeds dat we onze geest open houden voor alles wat binnenkomt. Dat we dus bereid zijn al onze eerdere ervaringen en meningen op het spel te zetten, en ruimte te bieden voor iets nieuws. Pas als beide personen dat doen, hebben ze zich op de juiste wijze in de hermeneutische cirkel geplaatst. Een gesprek beginnen alleen om gelijk te krijgen komt nooit aan horizonversmelting toe. Een grondgedachte van hermeneutiek à la Gadamer is de overtuiging dat de ander wel eens gelijk zou kunnen hebben. En zonder goede wil van beide kanten is een hermeneutisch gesprek niet mogelijk. Je kunt het niet als een 'technische exercitie' tot slagen brengen. Een nuttig middel is vragen stellen. Die houden de dialectiek op gang, en ze houden alle mogelijkheden zo lang mogelijk open. Goede vragen brengen beide partijen nieuwe kennis en ervaringen. De juiste vragen stellen is belangrijker dan de juiste antwoorden geven. En vaak ook moeilijker.

 

Hermeneutische houding vereist een 'open mind'.

 

Voor vele sociale wetenschappers in de 20e eeuw was het hoofdwerk van Gadamer (Wahrheit und Methode, 1960) een teleurstelling. Hun hoop en verwachting was dat Gadamer voor zijn nieuwe hermeneutiek een methode of een fundament zou leveren, net zoals dat in de zo succesvolle natuurwetenschappen gebruikelijk is. In plaats daarvan bleek het hele denken van Gadamer uiteindelijk gericht te zijn tegen iedere gedachte aan een methode of een fundament. In plaats daarvan kregen ze een beschrijving en een verdediging van een onwetenschappelijk proces. Eigenlijk geen wetenschap, maar filosofie. (Ger Groot, necrologie NRC) Toch was Gadamer's werk bron en inspiratie voor denkers als Ricoeur, Derrida en Rorty. Zodoende heeft zich een filosofische hermeneutiek ontwikkeld, die gaat over de theorieën en grondslagen van het interpreteren.

 

Gadamer betoogt dat je voor uitleg en rechtvaardiging van zijn vorm van interpreteren terug moet naar de Griekse filosofie. Maar omgekeerd óók dat daarvoor een hermeneutische houding vereist is. (Daar heb je die hermeneutische cirkel weer). De aandacht moet dan niet gericht worden op de logische structuur van een tekst maar op de vragen die toen op het spel stonden. Bij Plato dus niet op de ideeënleer, maar op de dialectiek. Juist via Plato kan je zicht krijgen op interpretatie als een gesprek met de ander, aldus Gadamer. 

 

Wat is interpreteren eigenlijk? 

 

Het woordenboek levert termen als vertolken, uitleggen e.d, maar volgens Gadamer is het veel méér. Volgens hem is het hele leven verweven met interpretatie. Niet alleen lezen, maar ook waarnemen, voelen en ervaren. In het bos stap je over een dode tak heen, maar je laat het wel uit je hoofd als je die tak als een slang interpreteert. Je kunt van een mens niet alleen zien en weten wat hij doet, maar er ook achter komen welke ervaringen, gevoelens, gedachten en herinneringen hem tot een bepaalde handeling of uitspraak hebben gebracht. Dan ben je pas echt aan het interpreteren, dan pas versta je de ander, en dan kunnen waardevolle relaties ontstaan.

 

Interpreteren is niet het verstandelijk ordenen van materiaal, maar bewogen worden door dat wat je interpreteert, een tekst, een kunstwerk of een ander mens. We zijn in ons leven constant bezig met het begrijpen van de wereld om ons heen. Veel in ons leven is onhelder, dus we zijn voortdurend op zoek naar zin en betekenis. Of mensen nou elkaar ontmoeten, op straat iets zien gebeuren, of een zakengesprek voeren, altijd is er sprake van interpretatie. En natuurlijk dus ook misinterpretatie. Denk aan het gesteggel over notulen: men dacht het eens te zijn geworden, maar blijkt toch verschillende ideeën te hebben over wat is afgesproken. Of een verliefd persoon denkt wederkerige gevoelens bij de ander te zien, handelt daarnaar, maar krijgt de kous op de kop. Soms gelooft hij dan nog niet eens aan een misinterpretatie, maar denkt hij of zij dat de ander hem voor de gek heeft gehouden.

 

De filosofische hermeneutiek van Gadamer is iets totaal anders dan die van zijn voorgangers. Die dachten b.v. dat de lezer zijn eigen achtergrond moest uitschakelen en zich moest verplaatsen in de auteur of het historische personage. Maar volgens Gadamer is het precies omgekeerd. De lezer moet zijn achtergrond juist inbrengen bij het lezen. Als hij dat met succes doet, ontstaat 'horizonversmelting', met een winstsaldo. De twee horizonnen van lezer en tekst kunnen nooit één worden, maar dat hoeft ook niet. Het gaat immers nu om het verstaan van de tekst en niet om de intenties van de auteur. Die laatste kunnen zo nodig geïnterpreteerd worden in een persoonlijk gesprek. 

 

Gadamers hermeneutiek heeft duidelijk ook een ethische dimensie. Het is een vereiste dat de interpreet zich open stelt voor de visie van de ander. Hij moet zijn startinterpretatie (zijn 'vóóroordeel') op het spel willen en durven zetten. Interpreteren is iets anders dan oordelen of bekritiseren.

 

Nog een paar losse opmerkingen over hermeneutische gesprekkunst:

 

• Luisteren is een kunst, want je eigen interpretaties (vooroordelen) zijn meestal niet uit de lucht komen vallen, maar zorgvuldig opgebouwd. Ze geven je een bepaald gevoel van veiligheid en zekerheid, en daar doe je natuurlijk niet makkelijk afstand van.

 

• Elke uitspraak is ergens door gemotiveerd. Ze heeft vooropstellingen die niet mee uitgesproken worden. Alleen als de gesprekspartners die vooropstellingen met elkaar méé gaan denken, kunnen ze naar waarheid peilen.

 

• Volgens Gadamer bestaat er geen enkele uitspraak die je enkel en alleen op inhoud kunt beoordelen als je de waarheid ervan wilt bevatten. Want achter elke bewering schuilt een vraag, de vraag waarop de bewering een antwoord was. Als je iemand niet begrijpt, probeer je na te gaan wat die vraag was.

 

• Er is een verwantschap van de nieuwe hermeneutiek met de 'fronèsis', het praktisch inzicht' van Aristoteles.

 

• In De Denkers lees ik (p290) dat er door Gadamer hermeneutische discussie gaande is niet alleen in de theologie, maar ook in de geschiedeniswetenschap, de psychologie, en last but not least zelfs in de natuurwetenschappen (na Kuhn en Feyerabend)

 

• Voorwaarde voor een open gesprek is dat men de vragen van de ander als echte vragen ziet, als vragen die men zichzelf ook wil stellen. Het wezen van de vraag in een dialoog is het open leggen en open houden van mogelijkheden. Daarom is vragen moeilijker dan antwoorden (vdB 162). Vragen is alleen maar makkelijk als je niet op verstaan uit bent, maar alleen maar je eigen gelijk wilt halen.

 

Filosofisch betekent dat dat we bij deze nieuwe hermeneutiek afscheid moeten nemen van het streng wetenschappelijke begrip ''waarheid'. Want het wetenschappelijke criterium controleerbaarheid' b.v. is hier niet van toepassing. We moeten eerder denken aan persoonlijke zekerheid in plaats van algemene waarheid. 

 

Er is ooit een tweedeling ontstaan tussen wetenschappelijke kennis' en 'onwetenschappelijke mening', met de verzuchting dat over meningen niets waars valt te zeggen. Maar er ontstaat nu een nieuw kennisparadigma. Een mening blijft niet gewoon maar een mening, maar ze wordt al interpreterend à la Gadamer genuanceerd, uitgediept, beargumenteerd, en aldus gefundeerd' (vdB168) Iets dat begon als iets oppervlakkigs, wordt dan een bezonken oordeel.

 

Het leuke vind ik dat ik die nieuwe hermeneutiek nu bij allerlei andere schrijvers tegenkom. Paul Wouters bijvoorbeeld op het Internet. Die constateert dat de ethiek van de grote beginselen aan het afkalven is, en op weg is naar een soort tweede leven, waarin ethiek meer iets van onderop' wordt. Die nieuwe ethiek begint met de juiste lezing, met de interpretatie van de casus, en gaat van daaruit op zoek naar breder toepasbare principes. Ethiek is dan een hermeneutische exercitie geworden. Hij noemt Paul van Tongeren, Henk ten Have, Guy Widdershoven en MacIntyre. En hij ziet de nieuwe vorm van ethiek ook ontstaan in de medische wereld.

 

En ik heb nu ook iets meer begrepen van Richard Rorty als die het over kennis en waarheid heeft. Waarheid en zekerheid (buiten de natuurwetenschap) zijn volgens hem, net als goedheid en schoonheid, geen objectief bepaalbare begrippen, maar variabele en ter discussie staande concepten. Daarom bepleit hij filosofie 'als gesprek', niet als academische onderzoek door specialisten, maar als hermeneutiek, gericht zijn op begrijpen en interpreteren in plaats van funderen. (Denkers, p603) Een boektitel van Rorty is Philosophy and the mirror of reality. 

En ik mag last but not least niet vergeten Heidegger te noemen, de grote inspirator van Gadamer. Ik kan daar niet veel aan toevoegen omdat ik van Heidegger niet voldoende begrijp.

 

P.S. Een kortere en envoudiger behandeling van hermeneutiek vindt U in mijn bouwstuk 'De kunst van het verstaan' in de linker kolom van de index

 

 


Voor het onderhoud van deze website zijn wij afhankelijk van donaties. Klik hier voor meer informatie