Login

De Gebroken Kolom

Verzamelpunt voor bouwstukken

Global Mind Change

Global Mind Change

The Promise of the Last Years of the Twentieth Century 

door Willis Harman

in 1991 vertaald als: OMWENTELING, Een wereldomvattende verandering in het denken

uitg. Lemniscaat 1988, ISBN 90 6069 748 0 F

 

synopsis van het boek door Piet Romeijn, januari 2006 (cijfers tussen haakjes zijn pag.nrs)

 

De algemene strekking van het boek is:

• Iedere cultuur berust in de diepte op zeer fundamentele, meest onbewuste, veronderstellingen/overtuigingen van mensen, die de aard van de cultuur bepalen. Zelfs onze zgn. wetenschappelijke westerse cultuur.

• Harman onderbouwt dat met 20 jaar onderzoek van zijn instituut en noemt ook de hypothese dat die overtuigingenstructuur aan het veranderen is. Hij noemt ze 'basisvóóronderstellingen'.

 

Mijn mening:

• Zijn stelling is in wezen dezelfde als die van Fritjof Capra, maar nu logischer en technischer onderbouwd. Hij zegt in wezen hetzelfde als Libbrecht: "Filosofie is de harde kern van iedere beschaving", alleen onderbouwt Harman het niet met filosofie, maar met wetenschappelijk onderzoek. Alle drie zien ze veranderingen komern, geen ondergang. Piet Romeijn.

 

Voorwoord (7):

 

Willis Harman (1918-1997) doceerde 20 jaar electrotechniek en systeemanakyse aan een grote universiteit in de VS, daarna was hij 20 jaar werkzaam als sociaalwetenschapper in futuroloog, adviseur voor toekomststrategieën voor overheid en bedrijfsleven. De laatste 20 jaar was hij directeur van het Amerikaanse Instituut voor noïtische wetenschappen. Het woord noitisch, afkomstig van het Griekse woord 'nous' dat geest/intelligentie/begrip betekent, duidt op de drie manieren waarop wij mensen kennis vergaren: 

• het logisch denken van het intellect, 

• het waarnemen van onze ervaringen via de zintuigen, 

• het intuitief, spiritueel of innerlijk weten. 

 

De noïtische wetenschappen houden zich bezig met de systematische studie van deze allesomvattende manier van weten, die de basis vormt voor hoe wij onszelf, elkaar, en de wereld zien. Harmans boek is de vrucht van dat jarenlange onderzoek.

--------------------------------------------------------------------

 

hfdst 1 - De wetenschappelijke ketterij: transformatie van een samenleving.

“Iedere transformatie [....] heeft een andere metafysische en ideologisch basis; of liever gezegd, berust op diepere zieleroerselen en inzichten die na rationalisatie de vorm aannemen van een nieuw beeld van de kosmos en het wezen van de mens.” Lewis Mumford (historicus,1895-1990).

 

Harman vertelt het verhaal van Copernicus als een voorbeeld hoe nieuwe ideeën sterke transformerende krachten in beweging brachten. Zonder dat men die van tevoren zag aankomen. Stel eens dat er nu soortgelijke transformaties zijn begonnen: zouden we dan de voortekenen nu wel herkennen? (11)

 

Copernicus’ werk stond op diverse punten haaks op de eeuwenoude, hoog gerespecteerde ideeën van Aristoteles. De onttroning van de aarde als centrum van het heelal was schokkend. Als Copernicus gelijk had, dan moest er zelfs een nieuwe verklaring komen voor de werking van vallende lichamen.. Zijn werk werd middelpunt van enorme controversen in de religie, de filosofie en de sociale theorie. Uiteindelijk overwon zijn ‘wetenschappelijke ketterij’ en we beschouwen dat nu als een ondubbelzinnige stap vooruit in de evolutie. Die ketterij was gericht tegen het autorititaire systeem dat we kennen onder de naam Scholastiek. De nieuwe methode was gebaseerd op de ervaren: iets is pas waar als het wetenschappelijk is bewezen. De belangrijkste informatiebron was eerder de waarneming en het experiment dan de traditie. (14) Geleidelijk werd de rol van de Voorzienigheid overgeheveld naar de ‘natuurwetten’ volgens welke God te werk ging. (15)

 

En tegelijk met de wetenschappelijke revolutie vonden er nog meer cruciale ontwikkelingen plaats: de protestantse Reformatie b.v., de opkomst van het kapitalisme, en diepgaande maatschappelijke veranderingen. (16) Volgens Mumford zijn er in de geschiedenis van de westerse beschaving niet meer dan vier of vijf van dit soort fundamentele veranderingen geweest. De jongste was de transformatie aan het eind van de Middeleeuwen. (De renaissance). Sinds The Structure of Scientific Revolutions (1962) van Thomas Kuhn is de naam ‘paradigmaverandering’ gebruikelijk geworden voor zulke transformaties. Elke samenleving die wij kennen berust op een reeks grotendeels onuitgesproken en vaak onbewuste basisvooronderstellingen omtrent wie we zijn, in wat voor wereld wij leven en wat primair belangrijk voor ons is. (16) 

 

Tekenen die wijzen op een verandering van paradigma:

 

Harman begint vooruitlopend met Roger Sperry, ontvanger van de Nobelprijs geneeskunde in 1981. Die schreef in het hoofdartikel van de Annual Review of Neuroscience over het belang van de subjectieve ervaring, een tot dan toe verwaarloosd terrein van onderzoek. Hij signaleerde een verborgen ontwikkeling als volgt (ingekort): “In plaats van het bewustzijn te verloochenen of te negeren erkent de nieuwe interpretatie het primaat van het innerlijk bewustzijn, gezien als een causale realiteit, volledig” (18) In gewone taal: 'bewustzijn vóór materie, en bewustzijn is causaal, oorzaak van andere dingen'. Schokkend voor de wetenschap. Niet verwonderlijk als we beseffen dat het onderzoek naar bewustzijn zich tot dan toe had beperkt tot uitwendig zichtbaar gedrag. (Het boek is geschreven in 1987, PR) (18)

 

Abnormale verschijnselen als helderziendheid, telepathie, telekinese, genezing via de geest en andere paranormale verschijnselen hadden met elkaar gemeen dat het denken bepaalde effecten scheen te hebben op de fysieke wereld. Maar de wetenschap leverde allerlei verklaringen waarom dat vermoedelijk op een vergissing berustte.(19) Na tientallen jaren van ontkenning kwam de verklaring van Sperry dus als een schok, net als de schok van Copernicus. En net als de schok toen Freud beweerde dat ook onbewuste processen causale realiteiten kunnen zijn, d.w.z. oorzaken, van zichtbaar gedrag. (20)

 

Onbewuste overtuigingen.

 

Die onbewuste processen zijn zo belangrijk voor het begrijpen van wat er aan de hand is, dat Harman hier even een zijsprong maakt. Mensen beseffen niet dat ze ze hebben, maar ze zijn op te maken uit gedragingen, versprekingen, lichaamstaal e.d. Wij weten niet wat wij onbewust geloven, maar het is bijna zeker niet altijd gelijk aan wat wij bewust geloven. Wij kiezen en vormen onze overtuigingen bewust én onbewust. Denk aan de verschijnselen ontkenning en weerstand in de psychotherapie. En aan het gedrag van mensen onder hypnose. (21/24)

 

hfdst 2 - Het bewustzijn als causale realiteit

 

“Recente theoretische ontwikkelingen in de neurologie die enerzijds het reductionisme en het mechanistisch determinisme verwerpen en anderzijds het dualisme, maken de weg vrij voor een rationele benadering van de waardentheorie en waardenvoorschriften en voor een natuurlijk samengaan van wetenschap en religie.” 

Roger Sperry (neurobioloog, 1913-1994).

 

Bewustzijn zien als ‘causale realiteit’ lijkt op het eerste gezicht helemaal niet zo’n bijzondere gedachte. Het is toch altijd mijn innerlijke beslissing om te handelen die ervoor zorgt dat er iets gebeurt, vraagt iedereen zich af. Hoe hebben we ooit anders kunnen denken dan dat het bewustzijn een causale realiteit is? (27) 

 

Het ontstaan van het wetenschappelijke wereldbeeld,

 

Daartoe moeten we ons voor de geest halen hoe de wetenschap die wij kennen, is ontstaan. Harman beschrijft dat: er waren toen redenen om het objectieve te scheiden van het subjectieve, maar ook goede redenen om botsingen met de toen nog machtige godsdienstige instellingen te vermijden. (Dit roept bij mij wel eens de onbeantwoorde vraag op "zou er een andere, diepere wetenschap ontstaan zijn als die kerkelijke macht toen minder zwaar gedrukt had?" PR) Hoe dan ook, vooral in de 19e eeuw breidde de wetenschap haar activiteiten flink uit en eigende zich zelfs meer en meer het alleenrecht toe op het gebied van kennis. En die kennis ging de kant uit waaraan de samenleving waarde hechtte,want daar moest de financiering vandaan komen. Dus ontstond ook veel technologie. (27/30)

 

De verwaarlozing door het westen van het terrein van de subjectieve ervaring heeft ernstige gevolgen gehad voor onze waardentheorieën. Want uiteindelijk hebben alle samenlevingen de basis voor hun diepste waarden en hun zinsbesef gevonden op het terrein van het subjectieve, het transcendente en het geestelijke. En juist dat terrein werd door de wetenschap met rust gelaten. (30)

 

Onuitgesproken vooronderstellingen van de conventionele wetenschap. (31)

 

Een van zijn stellingen is dat de westerse wetenschap een wereld beschrijft die wordt bepaald door ingebouwde basisvóóronderstellingen. In zgn. 'primitieve' culturen is dat een gewone zaak, maar voor de individuele westerling is dat eigenlijk vernederend. Hij vraagt zijn lezers een aantal premissen eens te overwegen die nog maar kort geleden volkomen aanvaard werden als men ze in leerboeken tegenkwam:

 

(1) De enig denkbare manier waarop wij kennis kunnen verwerven, is door middel van onze fysieke zintuigen, en misschien door informatie-overdracht via de genen. De enige manier waarop wij ons begrip van het wezen van het heelal vergroten, is door middel van empirische wetenschap, dat wil zeggen, het onderzoeken van de meetbare wereld met behulp van instrumenten die iets toevoegen aan onze fysieke zintuigen.

 

(2) Alle kwalitatieve eigenschappen (tenminste die waarover we wetenschappelijk kunnen spreken) kunnen uiteindelijk 'worden omgezet in kwantitatieve (kleur wordt bijvoorbeeld in golflengte, gedachten in meetbare hersengolven, haat en liefde in de chemische samenstelling van klierafscheidingen).

 

(3) Er is een duidelijke scheiding tussen de objectieve wereld, die iedereen kan waarnemen, en de subjectieve ervaring die alleen de enkeling waarneemt in de beslotenheid van zijn of haar geest. Wetenschappelijke kennis houdt zich bezig met het eerste; de subjectieve ervaring is misschien belangrijk voor de persoon zelf, maar het onderzoeken ervan leidt niet tot dezelfde openlijk verifieerbare kennis.

 

(4) Het begrip vrije wil is een niet-wetenschappelijke poging om het gedrag te verklaren dat volgens de wetenschappelijke analyse het gevolg is van een combinatie van krachten van buiten af die van invloed zijn op de enkeling, alsmede spanningen en druk van binnen uit.

(5) Wat wij kennen als het bewustzijn of de gewaarwording van onze gedachten en gevoelens is een bijverschijnsel dat voortkomt uit de fysische en biochemische processen in de hersenen.

 

(6) Wat wij kennen als het geheugen is strikt genomen de opgeslagen informatie in het centrale zenuwstelsel, enigszins vergelijkbaar met het opslaan van informatie in een digitale computer.

 

(7) Daar de tijd een vaststaand gegeven is, is het duidelijk dat wij alleen kennis kunnen vergaren over toekomstige gebeurtenissen door vanuit reeds bekende oorzaken en regelmatigheden uit het verleden een rationele voorspelling te doen.

 

(8) Aangezien bij geestelijke activiteit de toestand van het fysieke organisme (voornamelijk van de hersenen) voortdurend verandert, is het volstrekt onmogelijk dat die activiteit direct invloed heeft op de fysieke wereld buiten het organisme.

 

(9) De evolutie van het heelal en van de mens is in beweging gezet door natuurlijke oorzaken (zoals willekeurige veranderingen, natuurlijke selectie); en het idee dat er een universeel doel bestaat in deze evolutie, in de ontwikkeling van het bewustzijn of in de inspanningen van de enkeling, valt niet te rechtvaardigen.

 

(10) Het bewustzijn van de enkeling overleeft de dood van het organisme niet. Als er al een zinvolle manier is waarop het bewustzijn blijft voortbestaan na de dood van het fysieke lichaam, dan kunnen wij die niet begrijpen in dit leven of er kennis over verwerven.

 

••••••••••

 

Onderzoek van de wetenschappelijke en filosofische literatuur uit de eerste helft van de 20e eeuw levert een overvloed van uitspraken, die bevestigen dat de deze premissen geen overdrijving zijn van de gebruikelijke vooronderstellingen. Hij levert voorbeelden:

 

Sir Charles S. Sherrington, fysioloog, 1857-1952:

Scheikunde en natuurkunde verklaren al in zoverre wat de cel doet — iets waarvoor de natuurwetenschap jarenlang geen verklaring kon geven — dat nu de vooronderstelling is gerechtvaardigd dat het gedrag van de cel (en derhalve van het gedrag van de mens), waarvoor nog geen verklaring is gevonden, verklaard zal kunnen worden door de scheikunde en de natuurkunde.

 

B.F. Skinner, psycholoog, 1904-1990:

De hypothese dat de mens niet vrij is, is van wezenlijk belang voor het wetenschappelijk bestuderen van het menselijk gedrag. De innerlijk vrije mens die verantwoordelijk zou zijn voor het gedrag van het externe biologische organisme is slechts een nietwetenschappelijk substituut voor oorzaken die nog zullen worden ontdekt in de loop van een wetenschappelijke analyse. [...] De wetenschap houdt eraan vast dat een handeling ontstaat door krachten die van invloed zijn op het individu, en dat vrijheid' slechts een andere benaming is voor gedrag waarvoor wij nog geen oorzaak hebben gevonden.

 

Bertrand Russell, filosoof, 1872-1970:

De mens die van tevoren niet wist wat het doel van de oorzaken was, is er het gevolg van. Zijn oorsprong, zijn groei, zijn verwachtingen en angsten, zijn genoegens en opvattingen zijn slechts het resultaat van een toevallige rangschikking van atomen. Geen enkel vuur, geen enkele heldendaad en geen diepe gedachten en gevoelens kunnen het leven van een enkeling laten voortduren tot na de dood; al het werk van generaties, alle toewijding, inspiratie en menselijke genialiteit zullen vernietigd worden bij de grootse dood van het zonnestelsel. Al deze zaken staan vrijwel zozeer vast, dat een filosofie die ze verwerpt geen bestaansrecht heeft.

 

Joseph Needham, bioloog, 1900-1995:

In de wetenschap moeten we handelen alsof de mechanistische theorie van het leven juist is, maar als metafysisch gegronde verklaring zijn we er geenszins aan gebonden. [... ] Wetenschappelijke vooruitgang kan slechts worden geboekt door diegenen die experimenten uitvoeren, ervan uitgaand dat het mechanisme juist is.

 

Ernest Becker, filosoof, 1925-1994:

Het kind ontleent zijn identiteit aan zijn sociale omgeving. Die omgeving blijft tot zijn dood de enige bron om zijn identiteit te bevestigen. [..] Het opmerkelijke feit dat de ideeën van denkers uit de twintigste eeuw bij elkaar komen [...] is de uitwerking van de gedachte dat de betekenis van de mens willekeurig is. [..] De wereld van het menselijk streven is in wezen denkbeeldig. Als we dit niet begrijpen, begrijpen we niets van de mens.

 

•••••••••••••••••

Harman:

De tien bovengenoemde vooronderstellingen zouden daarentegen aan andere hedendaagse culturen dan de westerse vreemd voorkomen. Bovendien bestaat er al, in anekdotische verslagen en in bestaand onderzoek naar bewustzijn en bijzondere vermogens (ook in het westen), een indrukwekkende hoeveelheid bewijsmateriaal dat elk van de genoemde premissen lijkt te weerleggen. 

 

Kies Uw metafysica

 

Er is op het ogenblik een verwarrende tweespalt tussen de wereld die we ervaren en de wetenschap die we hebben ontwikkeld. Enerzijds vinden de mensen vanzelfsprekend dat de wetenschappelijke visie juist is. Zgn. ‘niet-wetenschappelijke’ of ‘primitieve’ opvattingen over wat we ervaren worden ‘onjuist’ genoemd. Maar het is heel goed mogelijk dat ‘andere’ culturen door hun niet-westers-wetenschappelijke bril andere aspecten van de menselijke ervaring benadrukken; dan zijn hun opvattingen daarover niet onjuist, maar aanvullend. En voor die culturen werken ze uitstekend. Het lijkt er op dat zoiets ook binnen onze westerse cultuur gaat gebeuren. Er kan zich dan een ‘transmoderne’ visie gaan vormen die straks sterk gaat verschillen van de huidige — en toch even juist is. (34)

 

We schijnen voor een diepgaande verandering te staan. Het bewijs is tot nu toe niet sterk. (in 1987! PR) Hij nodigt de lezer uit het patroon op te merken; echt aantoonbaar is het nog niet. Voor de duidelijkheid stelt hij als 'maatlat' een eenvoudig schema voor: denken in termen van drie fundamenteel verschillende vormen van impliciete metafysica, M1, M2 en M3. (35). Ze beslaan tezamen een hele pagina; hieronder mijn zeer summiere samenvatting

 

M1: Het stoffelijke is het basismateriaal. Wat het bewustzijn ook moge zijn, het komt voort uit de materie. Bewustzijn, gescheiden van het levende fysieke organisme, is ondenkbaar.

 

M2: Dualistisch. Er zijn twee fundamenteel verschillende basismaterialen, het stoffelijke en het geestelijke. Het stoffelijke wordt bestudeerd door de wetenschap, het geestelijke leent zich niet voor wetenschappelijk onderzoek, en heeft er geen plaats in. Er zijn dus twee soorten kennis, die fundamenteel verschillen, maar misschien wel raakvlakken hebben.

 

M3: Het bewustzijn is het eigenlijke materiaal van de kosmos. Het stoffelijke ontstaat op een of andere manier door of uit het bewustzijn. Uiteindelijk wordt er niet door de fysieke zintuigen, maar door middel van een diep innerlijk weten contact gemaakt met de wereld van de uiterlijke verschijnselen. Het bewustzijn is niet het einde van de materiële evolutie, maar het begin.

 

M3 komt het westerse denken zeer vreemd voor, zeker een generatie geleden. Maar nu is ze niet meer zo vreemd, te oordelen naar de groeiende en open belangstelling voor oosterse filosofische religies, boeken over transcendente onderwerpen, ideeën als reïncarnatie, karma e.d., filmthema’s, deelnames aan meditaties, workshops en seminars, enz. enz. (36)

 

Het schema is met opzet eenvoudig gehouden. Sommige filosofen en wetenschappers geven de voorkeur aan varianten. Sperry b.v. noemt zijn visie mentalisme, dat je wellicht M1a zou kunnen noemen. Harman benadrukt dat het niet gaat om de vraag welke van de drie de juiste is, maar om de vraag welke het best lijkt aan te sluiten bij de totaliteit van de menselijke ervaringen. (37)

 

M3 is volstrekt niet nieuw in de menselijke geschiedenis. Ze maakt al duizenden jaren deel uit van het esoterische inzicht in kleine kring — oftewel gnosis — in de meeste geestelijke tradities in de wereld. En gedurende de hele westerse [en oosterse] culturele geschiedenis is er een esoterische traditie geweest die zegt dat de enkeling in potentie het vermogen heeft om ‘verlicht’ te worden. Hij illustreert dat weer met citaten. (38)

 

hfdst 3 - Aanvallen op het positivisme en het reductionisme (40)

“Tenzij er een enorme samenzwering plaatsvindt van [....] zeer gerespecteerde wetenschapsmensen op verschillende terreinen, van wie velen aanvankelijk afkerig stonden tegenover de beweringen van de onderzoekers van het paranormale, moet de enige conclusie van de onbevooroordeelde waarnemer zijn dat er mensen bestaan die kennis vergaren die aanwezig is in de ons omringende wereld. met behulp van middelen die de wetenschap nog niet kent.”

H.J. Eysenck, psycholoog, 1916-1997

 

De geest in gezonde toestand, tijdens ziekte en genezing

 

Harman beschrijft de drie ingewikkelde en onderling nauw verbonden lichaamssystemen die ons welzijn in stand houden: het zenuwstelsel, het stress-reactiesysteem en het immuniteitssysteem. Men heeft ontdekt dat deze drie systemen met elkaar communiceren via moleculaire boodschappers, de neuropeptiden. Het blijkt dat emoties en geestelijke activiteiten zich veel minder concentreren in de hersenen dan men altijd heeft gedacht. (42) Conclusie: als de rol van de geest bij het veroorzaken van ziekte verbazingwekkend is, dan is zijn rol bij genezing niet minder. (43) Hij noemt een voorbeeld uit de praktijk van een genezing door de geest. Het lijkt verwantschap te hebben met het placebo-effect. (44)

 

We mogen niet zeggen dat de M1 metafysica onjuist is. Want ook het positivistische, reductionistische wetenschapsmodel kan verregaand worden aangepast, zoals ooit vertoond met het Ptolemeïsche model vóór Copernicus. Een voorbeeld uit onze tijd is de rol van de informatica. (44) De geest wordt door een zekere Morton Hunt beschreven als een reeks van miljoenen kleine impulsen, die gecodeerd, verwerkt en opgeslagen worden in het geheugen. “De geest is voor de hersenen wat de spijsvertering is voor de maag. De geest is datgene wat de hersenen doen.” (45)

 

De volgende tien bladzijden gaan over de aandacht, de wil, geest, instinct, evolutie, en bijzondere (zgn. paranormale) vermogens. Interessant maar niet samen te vatten. B.v. al of niet doelgerichtheid van de evolutie, niet alleen door selectie en toevallige mutaties, maar ook door krachten waar Henri Bergson en Teilhard de Chardin op doelden. (44-53)

 

Bij het thema geest en evolutie vragen als b.v. hoe jonge koekoeken uit de meest verschillende ‘gastnesten’ een maand na het vertrek van hun ouders uit Europa, zich verzamelen, naar Zuid-Afrika trekken en zich daar bij de oudere koekoeken voegen. Antwoord van M1: “Ze moeten iets computerachtigs in hun genen hebben”. Antwoord van Rupert Sheldrake: morfogenetische velden die werkzaam zijn door ruimte en tijd. Die ook zouden moeten verklaren hoe zoiets ingewikkeld als ogenparen ‘ineens’ konden ontstaan. (47-48) 

 

Hij noemt een aantal paranormale verschijnselen, waarvan iemand met een gezonde scepsis vaak nog steeds zegt dat de meeste ervan helemaal niet kúnnen plaatsvinden en dat voor die enkele die wél kunnen de wetenschappelijke verklaring nog wel gevonden zal worden. (51-53) Maar ze wekken intussen wél de meeste twijfels over de juistheid van die eerder genoemde tien premissen.

Het hoofdstuk besluit met een ‘toetsing’ aan M1, M2 en M3, en de constatering dat van alle aanvallen op het positivisme en het reductionisme die van de ‘bijzondere vermogens’ het meest direct, ongrijpbaar en omstreden zijn. (53)

 

hfdst 4 - Het nieuwe paradigma in de psychologie: de erkenning van het transpersoonlijke

 

De waarheid is niet wat aantoonbaar is, maar wat onvermijdelijk ist.

St Exupery, schrijver, 1900-1944

 

Het hoofdstuk bevat o.a. een suggestie voor een andere aanpak van de wetenschap, die zou uitgaan van de legitimiteit van alle menselijke ervaringen en bijzondere vermogens waarvan door de eeuwen heen in alle culturen melding is gemaakt, een aanpak waarin de wetenschap zich zodanig aanpast dat ze al deze verschijnselen een plaats geeft. (78)

 

Eigenlijk weten we gevoelsmatig al lang wat het fundamentele probleem van de wetenschap is. Als de wereld waarover de wetenschap ons bericht de werkelijkheid is, waarom voelen we ons er dan niet méér in thuis? Waarom ruimt de wetenschap niet meer plaats in voor mijn meest directe ervaring van de werkelijkheid, mijn eigen bewuste gewaarwording? Er zijn daartoe in het verleden wel pogingen ondernomen, b.v. de fenomenologie, introspectieleer en gestalt. Maar die werden niet geaccepteerd omdat ze niet voldeden aan de methodologische criteria. Andere komen uit andere culturen en krijgen pas sinds kort serieuze aandacht.

 

Harman voert pagina’s vol voorbeelden aan om aannemelijk te maken dat die zgn. objectiviteit ook een functie is van gangbare, deels onbewuste vóóronderstellingen omtrent de werkelijkheid. (Lavoisier over meteoren die niet kunnen bestaan, Lord Kelvin die de theorieën van Maxwell en röntgenstralen verwerpt, de ruzies over deeltjes of golven, enz.) 

 

Hij doet dat ook met voorbeelden uit de geneeskunde, creativiteit en onbewust weten, affirmatie en nog veel meer. Hij eindigt met een belangrijke vraag: als we inderdaad ontdekken dat een vrije creatieve/intuïtieve geest betere prestaties kan leveren dan het rationele denken (althans in sommige opzichten), waarom gebruiken we die dan niet voor alle vragen en problemen? Dat leidt weer tot nóg een vraag: wat zijn dan de uiterste grenzen van de creativiteit? (55-68)

 

Een interessant chapiter over affirmatie, de hedendaagse praktijk en uitwerking van wat in het evangelie van Marcus staat als “Alles wat U vraagt in gebed zult U ontvangen als U erin gelooft”. De zakenwereld gebruikt allang affirmatie omdat ze werkt, en bekommert zich niet om ondersteunende theorie. (66)

 

Over de perennial philosophy, de eeuwige wijsheid:

 

Aldous Huxley schreef een boek Perennial Philosophy (1945): bij bestudering van godsdiensten van alle tijden en alle culturen vindt men steeds twee soorten informatie: 

• in de eerste plaats exoterische of algemeen bekende conventies (rituelen, kerkarchitectuur, geopenbaarde lectuur, enz.) Maar bijna altijd ook 

• esoterische of geheime leer, die alleen bekend is aan een kleine kring van ingewijden. In wezen lijkt die traditie steeds gebaseerd te zijn op een mogelijk universele geestelijke ervaring. Die kern wordt wel eens ‘eeuwige wijsheid’ genoemd. 

 

De exoterische conventies verschillen enorm, maar opmerkelijk is dat de esoterische tradities in wezen overal dezelfde zijn. (71/72) Hij wijst op het verband tussen de wetenschap en die eeuwige wijsheid door zes hoofdpunten nader te bekijken: bewustzijn, waarneming, verbondenheid, weerstand, creativiteit en keus. (72-76)

 

De moderne psychologie leert dat we ons slechts van een klein gedeelte van onze geestelijke activiteiten bewust zijn. Het grootste deel is gelegen in het onbewuste. Er zit tussen bewust en onbewust maar een klein, soms ‘zichtbaar’ spectrum. (73) Van het diepere onbewuste citeert hij Ralph Waldo Emerson (1803-1882): “als het ademt door het intellect, dan is er sprake van genialiteit; als het ademt door de wil, is het kracht; als het stroomt door genegenheid, is het liefde. En de blindheid van het intellect begint op het moment dat het op zichzelf iets wil zijn.” (74)

 

Of je wel of niet wilt denken in termen van ‘buitenzintuiglijke communicatie’, er bestaat een soort ervaring die iedereen kent, waarbij het bewustzijn van het individu op een diep niveau in verbinding staat met het bewustzijn van anderen. We verwijzen naar die ervaring met woorden als ‘contact’ en ‘liefde’. (74/75)

 

Wij verlenen prestige en macht aan ons kennissysteem 'wetenschap', méér dan aan elk ander kennissysteem, filosofisch of theologisch. Het is cruciaal dat ons kennissysteem toereikend moet zijn. Je kunt onmogelijk een goed functionerende samenleving hebben op basis van kennis die fundamenteel ontoereikend is, onvolledig is, en verkeerd begrepen wordt wat haar basisvooronderstelingen betreft. En toch is dat wat de moderne wereld heeft geprobeerd. (87)

 

Als dat juist is, dan volgt daaruit dat de eerste aanzet tot een wezenlijke verandering van die onderliggende vooronderstellingen niet zal komen van wetenschappers, maar van de omringende cultuur. Daar zien we de laatste 25 jaar tekenen van. En de kritische analyse in het boek is net zo belangrijk voor het gros van de mensen als voor de wetenschapper. Daarom heeft hij zijn betoog eenvoudig (!!) gehouden. (87)

 

Zijn conclusie uit dit hoofdstuk is dat er geen conflict lijkt te bestaan tussen een volwassen wetenschap en een volwassen religie. Zolang een dergelijk conflict lijkt te bestaan, moeten we ons zelfs afvragen of we wel een volwassen wetenschap hebben. (88)

 

hfdst 5 - De transformatie van het grote wereldprobleem

“We staan aan het begin van [....] een nieuw tijdperk: het tijdperk van een open wereld en van een zelf dat een rol kan spelen in dat grotere geheel [....] Elk deel dat de mensheid [...] bereikt, biedt een nieuw uitgangspunt, en de som van alle [...] dagen is slechts het begin”

Lewis Mumford, historicus, 1895-1990

.

De wetenschap is inmiddels volwassener geworden. De fysici hebben al lang beseft dat de wetenschap zich bezig houdt met modellen van de werkelijkheid, en zijn niet meer verrast als ze ontdekken dat een model niet meer alle aspecten van de werkelijkheid voldoende weergeeft. Het is b.v. niet meer een vreemde gedachte dat stoffelijke en geestelijke modellen complementaire aspecten van het mysterie ‘leven’ zouden kunnen laten zien. (89)

 

Wat ook een rol speelt is het vermoeden dat we zonder herziening van de basisvooronderstellingen niet in staat zullen blijken de sociaalpolitieke en ecologische dilemma’s op te lossen die op ons afkomen.(90)

 

Hij beschrijft een gedachtenexperiment hoe een antropoloog van een andere planeet onze beschaving zou bekijken. (91/94)

 

Dat het blijvend besturen van een maatschappij vanuit een metafysisch gezichtspunt als M1 ongewenste gevolgen zou hebben, is al lang bekend. Sorokin voorspelde wat te gebeuren staat, maar dat komt sneller dan hij verwachtte. Toynbee voorzag een vroegtijdig einde van het industriële tijdperk. Mumford beschreef zes eerdere transformaties van de westerse beschavingen.(96/97) Harman noemt nog meer bekende namen van auteurs: Toffler, Roszak, Capra en Ferguson. (96/97)

De huidige transformatie gaat sneller dan alle vorige, door o.a. snellere reis- en communicatiemogelijkheden. Hij noemt in het oog springende tekenen van verandering in het postmoderne tijdperk. Vooral in de jaren 80. Hij onderscheidt ze naar vijf aspecten: zoeken naar heelheid, zoeken naar identiteit, zoeken naar zijn, zoeken naar gemeenschappelijkheid en verbondenheid, en een gevoel van macht. (98)

 

Een belangrijk statement van Harman is: “Geen enkele, politieke of militaire macht kan de vergelijking doorstaan met de macht van een verandering van denken — met name als het gaat om het betwijfelen of intrekken van de legitimiteit door de burgers.” Een voorbeeld van dat laatste was het einde van de Vietnam oorlog in de VS. Hij noemt twee ‘meerderheidsgroepen’ die zich bewust worden van hun werkelijke potentiële kracht: de vrouwen en de Derde Wereld. (103)

Als we aannemen dat de hoofdstelling van het boek juist is, dat we midden in een verandering zitten van M1 in de richting van M3, wat betekent dat dan voor de moderne samenleving? Vermoedelijk meer nadruk op de volgende waarden:

• De mens in harmonie met de natuur

• De mens in harmonie met de medemens

• Individuele zelfontplooiing

• Decentralisatie en een sociale ecologie van culturen

• Wereldvraagstukken bekijken op wereldniveau. (103/106)

 

Hij bespreekt de Gaia-theorie, dat de aarde zelf een levend organisme is, Een beperkte vorm ervan, betr. het zelfregulerend gedrag van de aarde (homeostase), lijkt bijna zeker te worden opgenomen in de respectabele wetenschap. (108/109)

Zijn er samenlevingen die het metafysische gezichtspunt van M3 als uitgangspunt hebben? In ieder geval één: het oude Griekenland. Volgens Mumford benadert het Griekse begrip paideia het meest een toekomstig maatschappijmodel. Een samenleving waarin de belangrijkste doelen zijn: leren, ontplooiing en mens worden. Dat is wat de Atheners deden. (In plaats van slaven hebben wij computergestuurde machines) (109)

 

(Paideia betekent: ontwikkeling, de kunst om van het leven zelf een kunstvorm te maken. Toevallig of niet, het is dezelfde term die Foucault gebruikt - zie mijn synopsis van het boek van Sperna Weiland, PR)

 

Over de nieuwe manier van zakendoen:

 

Als er iets waar is van de stelling dat een fundamentele transformatie aan de gang is, dan zouden we tekenen ervan moeten zien in de zakenwereld. Want die speelt een hoofdrol in de hedendaagse wereld en weerspiegelt iedere belangrijke verandering. Eén verandering is de groeiende acceptatie in het bedrijfsleven van intuïtie en creativiteit. In de laatste tien jaar (dus 1977-1987!) artikelen in Fortune en Harvard Business Review over het gebruik van gevoelens en intuïtie in zakelijke besluitvorming. O.a. affirmatie. Nieuw soort management (111) Oude stijl autocratisch of charismatisch, nieuwe stijl delegeert macht. 'Stille revolutie' (110/111)

 

hfdst 6 - Aspecten van de verandering van het wereldsysteem

 

Novus ordo seclorum: er is een nieuwe tijdsordening ontstaan. Vergilius (70-19 vC).

 

Het is cruciaal dat we inzien dat fundamentele paradigmaverschuivingen wezenlijke veranderingen inhouden van de economische, financiële, politieke, onderzoeks-, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en de ondernemingen, samen de macht. Dat zal waarschijnlijk gepaard gaan met angst. Maar hoe meer begrip er bestaat voor wat gebeurt, hoe minder angst. (113)

 

In 28 pagina’s (113/140) behandelt hij de thema’s werk en werkloosheid, wegwerpmaatschappij, wapenwedloop, informatiemaatschappij, massaconsumptie, economische groei, het grijze en het zwarte circuit, oorlog en vrede, en vooral de vermoedelijke ontwikkeling in de Derde Wereld. Op pag. 133 noemt hij een speciale expressie van de ‘eeuwige wijsheid’, de vrijmetselarij, die een belangrijke factor was in het Amerikaanse democratische experiment.

 

Tot nu toe leek het belangrijkste antwoord te zijn om door te gaan met banen scheppen door economische groei te stimuleren. Wie buiten de boot viel, kreeg uitkering. Ooit was het misschien zinnig om het denken te laten bepalen door opvattingen over schaarste, heimelijkheid en geldverkeer, maar dat zal misschien een verouderde denkwijze worden. Nu al verschaffen de grijze en de zwarte economie b.v. werk aan velen die in de officiële economie geen plaats vinden. (120)

 

De vooronderstelling dat inkomensverdeling en al of niet betaald werk gerelateerd zijn, is aan een herwaardering toe. B.v. in de kreet: ‘het belangrijkste doel van het werk is zelfontplooiing en pas in de tweede plaats de productie van goederen en diensten’. Mooie omschrijving van wat paideia in de Griekse ‘leermaatschappij’ inhield. Past bij M3. (121)

 

Het streven naar een veilige wereld:

 

Tekenen van verandering in de basisvooronderstellingen van de westerse samenlevingen die tot nu toe zijn beschreven, hebben nooit brede erkenning gevonden. Wel onderstroom. Van de gnostici en de mysteriegodsdiensten, de Rozenkruisers en vrijmetselaars in de eeuwen daarna, tot aan de transcendente filosofieën van de 19e eeuw in New England, en nog later de theosofische beweging in Engeland en Amerika, en de antroposofie op het Europese continent.

Hij vraagt zich af of de gesel van de oorlog van de aarde verdreven zou worden bij verschuiving richting M3. Verschil in definitie van ‘vrede’. Vrede met nationale veiligheid of vrede en sociale rechtvaardigheid. (126) Kernwapens als vrede handhaving of als verschrikking (127) Oorlog is niet meer leger tegen leger, maar vernietiging van burgers. WO1 15%, WO2 50%, Vietnam bijna 90% burgerslachtoffers. (128)

 

In de hele geschiedenis zijn de werkelijk fundamentele maatschappelijke veranderingen niet tot stand gekomen door regeringsdictaten of uitkomsten van veldslagen (129), maar doordat grote aantallen mensen hun denken veranderden. Overgang Romeinse Rijk — Middeleeuwen, democratische regeringen in Engeland en Amerika, of de afschaffing van slavernij als aanvaard instituut. Economie, politiek en zelfs het leger blijven bestaan omdat ze wettelijke erkenning genieten, en die vloeit weer voort uit de perceptie van mensen. Mensen legitimeren macht en kunnen die ook weer intrekken. Dat laatste is waarschijnlijk het krachtigste middel tot verandering in de geschiedenis. (zie ook pag. 103)

 

Als voorbeeld van tekenen van verandering in organisatie, management en managementontwikkeling noemt hij het Amerikaanse Pecos River Learning Center van Larry Wilson. De cliënten zijn de no-nonsense managers van grote tot zeer grote ondernemingen. Harman beschrijft de ‘vier wijsheden’ die volgens Wilson de sleutel zijn tot succesvol leiderschap en leven in de nieuwe tijd. (136/139) Hij vindt die een uitstekende en beknopte samenvatting van de manier van leven die ontstaat als men zijn leven baseert op de vooronderstellingen van M3. Alledaagse gesprekken tonen voldoende aan dat het aantal mensen dat zijn leven er op baseert, snel groeit.De crisis t.a.v. zingeving en waarden, duidelijk in de jaren zestig, wordt ongemerkt opgelost. Wat eens een conflict leek tussen wetenschap en religie, wordt opgelost door één simpele constatering: er bestaat geen conflict tussen de ‘eeuwige wijsheid’ van de geestelijke tradities in de wereld en een wetenschap die gebaseerd is op M3. (139

 

We kunnen ons moeilijk voorstellen wat ongetwijfeld waar is: Indien de basisvooronderstellingen inderdaad veranderen zoals eerder aangegeven, dan volgt daaruit dat de maatschappij over slechts enkele generaties evenzeer gaat verschillen van de moderne industriële samenleving als deze van de middeleeuwse maatschappij. Ons voordeel is dat wij er nu meer van kunnen begrijpen dan de samenlevingen in het verleden. (140)

 

 


Voor het onderhoud van deze website zijn wij afhankelijk van donaties. Klik hier voor meer informatie