Login

De Gebroken Kolom

Verzamelpunt voor bouwstukken

Criminaliteit en Moraal

Criminaliteit en moraal

 

Piet Romeijn, april 2001

 

(de pag.nrs. tussen haakjes zijn van het Tijdschrift voor Humanistiek) 

 

Mijn verhaal zal vermoedelijk in eerste instantie weerstand ontmoeten bij de velen die een hardere aanpak zien als de enige oplossing voor de bestrijding van criminaliteit. De behoefte aan vergelding is een heel menselijk gevoel, maar zal ons geen sociale vrede en veiligheid brengen. 

 

Wetten, dus ook de strafwetten, zijn een afspiegeling van de moraal van de samenleving die die wetten maakt. Sinds jaar en dag is de voornaamste zingeving en legitimatie van ons strafrecht dat we 'criminelen' bestraffen, personen dus. Niet de handelingen, maar de daders. We denken aan die daders a.h.w. een criminele identiteit toe, misdadigers van nature dus. Die opvatting is minstens even oud als het strafrecht zelf. (Lombroso, Buitenhuis) 

 

Maar in de loop van de 20e eeuw kwamen jongere opvattingen opduiken. Pompe, eerste helft van die eeuw, was daar een beroemde Nederlandse baanbreker in, gevolgd door aanvankelijk vooral Nederlandse, Scandinavische en Amerikaanse criminologen. In de tweede helft ontstond o.a. de Amerikaanse deviantiesociologie. Grof gezegd komt die neer op de visie dat niet de identiteit tot de daad leidt, maar dat de daad (mede) de identiteit vormt. 

 

In filosofische zin kun je al die wijzigingen typeren als nieuwe visies op de dader als mens, en nieuwe visies op betekenis en effect van straf. Iets wetenschappelijker gezegd: een persoon doet iets fouts op grond van een primaire afwijking, en de stigmatiserende reacties daarop veroorzaken als secundaire afwijking zijn criminele levensloop, en aanpassing van zijn zelfbeeld in de richting van een criminele identiteit. 

 

Nog anders gezegd: publieke sancties (gevangenis b.v.) en de bejegening door de samenleving ervoor en erna vestigen en bevestigen op den duur criminele identiteit. (30)

 

Na de oorlog is het werk van Glastra van Loon onderdeel geworden van de relationele rechtstheorie van 't Hart. De identiteit van een mens gaat niet vooraf aan zijn culturele en sociale context, maar is er een product van, en er onverbrekelijk mee verbonden. Criminele etikettering werkt niet verbeterend, maar verslechterend.

 

Met die uitgangspunten heeft het weinig zin om aan het leed door misdaad het leed van de straf toe te voegen als dat nóch voor de dader, nóch voor de samenleving nut heeft. Er gingen dus al hooggeleerde stemmen op dat we het strafrecht als contraproductief instituut maar beter kunnen afschaffen. Maar dát gaat nu net weer voorbij aan de evidentie dat de samenleving afwijzend moet blijven reageren op schendingen van belangrijke sociale normen. Die normen moeten immers in stand blijven als richtingwijzers voor ons aller handelen. Dus: ons strafrecht moge contraproductief zijn, het blijft noodzakelijk dat de samenleving criminele handelingen duidelijk afwijst.

 

Nieuwe denkrichtingen

 

Ik heb in 1995 en 1996 een paar colleges van Prof. Bovenkerk gehoord, de criminoloog die o.a. voor de IRT affaire gewerkt heeft. Die gaf als zijn mening dat de criminologie geen passende theorieën meer te bieden had over de toenemende criminaliteit. Hij noemde het wetenschappelijk bureau van het Ministerie van Justitie, dat pragmatisch bezig was antwoorden te zoeken die de academische criminologie niet in huis had.

 

International begint zich bovendien een nieuwe weg af te tekenen, en die wordt hier en daar al bewandeld, ook in Nederland. Onder benamingen als Herstelrecht, Hersteljustitie, Real Justice, Community Mediation, Restorative Justice, Victim-Offender Reconciliation, e.d.

 

Het beginsel ervan is dat de bevoegdheid van de overheid tot straffen wordt gehandhaafd, maar nu tegen de achtergrond van een procedure die in de eerste plaats op herstel gericht is. De vereiste afkeuring van de dader's handeling wordt verbonden met zijn verplichting om zijn slachtoffer zo veel mogelijk met vergoeding en herstel tegemoet te komen. En niet alleen in materiële zin.

 

Een mooie samenvatting van de theorie is te vinden in de zgn. Verklaring van Leuven'. Die werd in 1997 opgesteld door The International Network for Research on Restorative Justice for Juveniles, een vereniging van strafrechtsgeleerden en criminologen. De verklaring richt zich primair op jeugdige daders, maar sluit hersteljustitie voor volwassenen volstrekt niet uit.

 

Ik noem er een paar punten uit, sterk ingekort:

1. Beschouw delicten niet langer in de eerste plaats als inbreuken op een abstracte rechtsorde, maar als nadeel of leed dat aan concrete slachtoffers is berokkend, en als een inbreuk op de sociale vrede en veiligheid

2. De reactie op zo'n delict dient niet leed aan leed toe te voegen, maar moet in de eerste plaats gericht zijn op reductie van leed, en herstel van de sociale vrede en veiligheid.

3. De procedure moet de dader confronteren met zijn morele verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Hij moet die kunnen aanvaarden als hij wil. D.w.z. hij moet actief kunnen meedoen aan herstel. Maar als hij dat niet wil, blijft zijn rechtspositie onaangetast.

4. Geen enkele schade wordt uitgesloten. Materiële, fysieke, psychische schade, schade in relaties of aan levenskwaliteit in de sociale omgeving, enz. worden er allemaal bij betrokken.

5. De rol van de overheid omvat:

- voorwaarden scheppen voor de praktijk van het herstel

- bewaken van een eerlijke procedure en van respect voor alle betrokkenen, daders én slachtoffers

- juridische dwang als geen vrijwillig herstel wordt overeengekomen, terwijl toch een publieke reactie noodzakelijk lijkt

- juridische aanpak van het delict als hersteljustitie sowieso niet de aangewezen weg of niet voldoende lijkt

6. Als het slachtoffer niet hersteld wil worden, maar de dader wil wel herstellen, kunnen alternatieve vormen van herstel worden toegepast, richting samenleving b.v.

7. Als er ook een aanzienlijk algemeen belang geschaad is, kan de overheid als representant van de samenleving aanvullende sancties opleggen. (32)

 

Filosofisch gezegd: we accepteren de dader als moreel subject, maar wijzen op goede gronden zijn daden af.

 

De publieke bevoegdheid tot straffen wordt dus niet ontkend, maar die straf wordt dan gezien als laatste remedie, als een op herstel gerichte procedure niet lukt, of niet gewenst of niet voldoende wordt geacht. Tot zover de theorie.

 

Hoe is op het ogenblik de praktijk?

 

Het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt het slachtoffer. Het slachtoffer zelf komt er in de procedure niet aan te pas. Dat wordt steeds minder bevredigend gevonden. (30) Er is in Nederland een heel klein begin van uitbreiding van strafprocedure naar schadeprocedure. Een slachtoffer dat materiële vergoeding wilde, moest tot voor kort zelf maar een civiele procedure aanspannen, maar mag sinds kort soms invoegen' in de strafprocedure. Maar uiten van zijn gevoelens en wensen is er niet bij, laat staan uitwisseling van gedachten en gevoelens tussen dader en slachtoffer.

 

Maar er is van alles aan het veranderen. Er ontstaan nieuwe theorieën en praktijken. Internationaal, met voorlopers in Nederland, Scandinavië en de Verenigde Staten. Er ontwikkelt zich nieuwe praktijk in de Angelsaksische wereld, met een interessante start in Australië. (Zou wel eens te maken kunnen hebben met bepaalde eigenschappen van het Angelsaksische recht - geen codificatie, maar Common Law.)

 

Een Australische brigadier van politie, Terry O'Connell, ontwikkelde een proceduremodel op basis van de principes van het Nieuw Zeelandse Group Conferencing. In de traditie van de Maori's moesten altijd al de familie en de gemeenschap rechtstreeks betrokken zijn bij het zoeken naar een oplossing voor een wandaad of ander conflict met de samenleving. Die traditie is nu in de wet vastgelegd, en stelt families in staat grotere verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen kinderen. Het succes daarvan heeft grote indruk gemaakt op juristen en sociaal werk over de hele wereld.

 

OConnell werkte die Nieuw Zeelandse ideeën verder uit tot een geheel nieuwe aanpak van jeugdcriminaliteit. En die werd weer bestanddeel van projecten in Amerika en Engeland als Community Mediation en Victim Offender Reconciliation.

 

In die projecten vinden conferenties plaats van dader, slachtoffer, familie, vrienden en andere leden van het sociale netwerk. De coördinator ervan heeft een gewichtige functie. Zijn werk luistert nauw, maar hij of zij hoeft geen hooggeschoolde functionaris te zijn, Er zijn draaiboeken gemaakt, die goed functioneren.

 

Zo'n conferentie biedt de deelnemers de gelegenheid hun gevoelens uit te drukken. Doordat die gevoelens gedeeld blijken te worden met anderen, veranderen ze van aard, in de zin dat ze minder negatief worden. Gevoelens als afkeer, boosheid, angst en schaamte verminderen meestal. Slachtoffers, daders en overige deelnemers zijn vaak verbaasd over de vrijmoedigheid waarmee dingen gezegd worden, of over het betrekkelijke gemak waarmee men elkaar leert aanvoelen en invoelen. (37)

 

Voor de daders is het een activerend proces. Vaak het begin van herstel van verhoudingen door verontschuldigingen en uitingen van berouw. Of door het aanbieden van compensatie of goedmaken, vaak weer beantwoord door opmerkelijke generositeit van de slachtoffers. Volkomen onvergelijkbaar met een gewone rechtszitting of reprimande, en veel minder stigmatiserend.

 

Voor de slachtoffers vervult het diepzittende behoeften. Ze kunnen zich vrij uiten over hun gevoelens en gedachten over het gebeurde, bevestigd worden in hun gevoel dat het gebeurde oneerlijk en onverdiend is. Vaak hebben ze behoefte aan het zien van schaamte en berouw bij de dader.

 

Nieuwe aanpak bevalt goed

 

Onderzoekresultaten geven een consistent beeld van succes. De satisfactie van de deelnemers in vier onderzoeken tussen 1994 en 1998 schommelden tussen 90% en 98%. Een driejarig Australisch onderzoek uit 1994 constateerde dat het aantal zaken dat zonder rechtszitting kon worden afgehandeld, gestegen was van 49% naar 72% (38) Ook de aboriginals waren tevreden, dus het idee werkt daar ook intercultureel. Het imago van politie en justitie verandert door het proces, in de ogen van de daders en van de samenleving. (37) In eigen ogen uiteraard wat minder vlot.

 

Een van de eerste Echt Recht conferenties' in Nederland was op een school, tussen een Surinaams-Hindoestaans slachtoffer en Marokkaanse en Iranese daders. De uitkomst was zeer bevredigend voor alle deelnemers, inclusief de school. (38)

 

In Nederland wordt al twee jaar aan invoering gewerkt. In Tilburg heeft een pilot project gedraaid van 1999 tot 2000, waarbij het nieuwe model werd ingebed in de strafrechtketen. Alle deelnames waren vrijwillig. Een politieambtenaar in uniform trad als coördinator op. Er is al een aantal trainers opgeleid. Meerdere conferenties zijn inmiddels met succes gehouden. (38)

 

In het district Breda heeft de conferentie een plaats gekregen in de opsporingsketen zonder dat dat noemenswaardige extra inspanning kost voor de partners. Ook voor meer ernstige zaken, b.v. gewelddelicten, zijn met goed gevolg conferenties gehouden.

 

Hoe moeten we deze ontwikkelingen beoordelen?

 

Naar mijn smaak leveren ze een positief beeld op. Het Tijdschrift voor Humanistiek van April 2000 bevat veel materiaal daarover. O.a. van Hans Boutellier, gepromoveerd op een proefschrift over de materie, verbonden aan het Ministerie van Justitie en aan de Vrije Universiteit. Ik heb hem in de filosofieclub al eens ten tonele gevoerd in 1996. Ik citeer het een en ander uit zijn artikel De postmoderne zondeval'. 

 

Dat de sociale vrede en veiligheid de laatste tijd zo'n belangrijk thema is geworden, was onverwacht en onverhoopt. Het thema is drieledig: (1) de toename van de criminaliteit, (2) de grotere aandacht voor het slachtoffer en (3) de legitimiteit van de overheid.

 

Die toename van criminaliteit hoef ik niet te onderbouwen. Nederland had in 1986 4000 gevangeniscellen, nu 14000. Het percentage ophelderingen van delicten is gedaald van ruim 50% tot 15 a 20%.

 

De zgn, strafrechtelijke paradox is dat er steeds meer vraag is naar strafrecht, maar dat kwantiteit en kwaliteit ervan tekort schieten. Dat komt niet alleen door de groeiende criminaliteit. Tegelijk met de ontzuiling werden bijna alle normerende, controlerende en disciplinerende instituties in onze samenleving ontvoogd. Er wordt wel gezegd Vroeger betekende één pastoor méér voor het voorkómen van criminaliteit dan honderd politieagenten, Het is ook het gevolg van het verval van de functies van het maatschappelijke middenveld. . Overal is afstand genomen van traditionele gezagsverhoudingen. Plichtenethiek is gevoelsethiek geworden. Het individu mag zijn eigen leven en moraliteit kiezen, met grotere kansen op verkeerde keuzen dus.

 

Vroeger was het strafrecht een laatste remedie, die werd ingezet als die traditionele middelen gefaald hadden. Nu is het een instant-remedie' geworden, die ook nog hopeloos tekort schiet. Symptoom is o.a. de spanning tussen enerzijds de vraag om meer bevoegdheid van de politie en anderzijds de juristen die de rechtbescherming overeind willen houden.

 

Filosofisch gezien zie je de spanning toenemen tussen rationalisering en moralisering. Rechtspraak en veiligheid worden minder dan voorheen gezien en behandeld als een normprobleem, maar meer en meer als een technisch beheersprobleem. Ministers praten over de rechterlijke macht als een bedrijf, dat efficiënt een goed product' behoort te leveren. De reactie daarop van het publiek komt o.a. tot uiting in de demonstraties tegen zinloos geweld en de stille tochten in solidariteit met de slachtoffers, als protest tegen falend normbesef. Maar ook in de roep om hardere aanpak en strengere straffen voor de daders.

 

De legitimiteit van de overheid is in het geding omdat de staat zijn historische rol van waarborg van veiligheid in ruil voor een geweldsmonopolie niet meer waar maakt.

 

Bestaande strafsystemen werken niet meer.

 

Dat ons strafsysteem en onze theoretische benadering niet meer werken, wordt ook geïllustreerd door de cijfers over recidive. 80% van de ex-gedetineerden pleegt opnieuw misdaden en komt opnieuw in aanraking met politie en justitie. Het tijdschrift onderbouwt dat overtuigend met feiten en cijfers.

 

De gevangenis heeft een negatieve uitwerking. Zelfs gevangenisdirecteuren en reclasseringswerkers menen dat de meeste mensen slechter uit de gevangenis komen dan ze erin zijn gegaan. En ex-gedetineerden krijgen niet de kans om met een schone lei te beginnen. De samenleving accepteert ze niet.

 

Ik noem een paar illustratieve kreten uit interviews over dit onderwerp:

• Wie uit de bak komt, wil aan de bak komen op de arbeidsmarkt, maar hij komt hooguit in de bak 'onbemiddelbaar' bij het arbeidsbureau.

• De eigenlijke straf begint pas na de vrijlating

• Drie W's houden een mens buiten de bajes: Wonen, Werk en Wijf

 

Al met al is de conclusie dat wij niet met minder, maar met méér criminaliteit opgescheept dreigen te raken als er niets verandert. Natuurlijk ook bij politie en justitie, maar in de eerste plaats in ons aller denken. In mijn ogen openen deze ontwikkelingen perspectieven van meer vrede en veiligheid in onze samenleving. Maar ik vind een veeg teken dat de media er nog zo weinig aandacht aan schenken. Misschien wel omdat ze inspelen op het publieke sentiment voordeliger vinden.

 

 


Voor het onderhoud van deze website zijn wij afhankelijk van donaties. Klik hier voor meer informatie